Ander geval van toeval
Over toeval gesproken. Eigenlijk had ik vanochtend een afspraak bij de kapper staan. Maar aangezien er nog wat vrijwilligers- en koksgaatjes over zijn bij de vakanties van mijn nieuwe werk, was me gevraagd of ik deze ochtend kon komen werken om eventuele gegadigden te bellen. Kappersafspraak verzet. In plaats daarvan in de loop van de ochtend naar mijn werk gegaan. Een van de gegadigden leek me een goede vriendin van me, die het leuk vindt om te koken. Dus ik bel haar mobiel en krijg haar vriend aan de telefoon.
Ze blijkt ziek te zijn, last van enorme buikpijn, dokter is op bezoek en zegt dat ze voor controle snel naar het ziekenhuis moet. Dus ze zijn eigenlijk druk bezig met het zoeken naar een oppas voor hun 1-jarig kindje. Ik sta niet echt bekend om mijn handigheid met kinderen. Maar heb wel tijd. En ik vind het zo toevallig dat ik precies op dit moment bel, dat ik uiteraard mijn hulp aanbied. Een half uur later zijn zij met zijn tweeën naar het ziekenhuis en ben ik aan het oppassen. Ik vind het wel spannend, weet bar weinig van kinderen.
Maar het valt alleszins mee. Het is een vrolijk, makkelijk kind. We spelen wat. Ze danst wat als ik de muziek aanzet. Ze slaapt een paar uur. En ondertussen maak ik me zorgen over die vriendin van mij. De verwachting was dat het iets met de blindedarm te maken heeft. Of iets met haar prille zwangerschap. Inmiddels is mijn oppaskindje wakker. En terwijl ik me verbaas over hoeveel eten er op een t-shirtje kan vallen terwijl ze een boterham met stroop opeet, hoor ik de deur beneden opengaan.
Ze zijn weer thuis. Het donkere vermoeden is waarheid geworden. Buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Ze is moe. En vanwege protocol en medische redenen is er nog niks weggehaald. Dus slecht nieuws gehoord. En nog steeds pijn voor de komende dagen.
Verbaasd over hoe een dag ineens kan lopen en door het slechte nieuws wat zij als gezin ineens moeten verwerken, loop ik na vertrek nog even bedwelmd door de stad.
(Niet) op zijn beloop laten
Vaak hecht ik nogal veel waarde aan de dingen op zijn beloop laten. De dingen laten komen zoals ze komen. Kijken hoe het gaat. Een beetje van het lot. Een beetje van het toeval. Een beetje afwachten. Niet teveel sturen.
Maar misschien werkt dat helemaal niet. Al dat afwachten. Al dat kijken of er dingen vanzelf komen.
Soms is het misschien tijd om gewoon aktie te ondernemen. Zelf op pad te gaan. Het voortouw nemen.
Die ene jongen gewoon een berichtje te sturen in plaats van, zoals gewoonlijk, afwachten of we elkaar weer ooit tegen komen.
Het lot een handje helpen..
Muggenbultenbult
Eerst dacht ik dat ik mijn hoofd misschien gestoten had ofzo. Vervolgens besefte ik me ineens wat ik eigenlijk voelde aan de achterkant van mijn hoofd. Muggenbulten. Een stuk of tien. Jeukend en bultend verzameld op een klein stukje hoofd. Gelukkig enigszins verstopt onder mijn haardos. Maar het jeukt. En voelt maar raar. En al vind ik dit een vervelend gevoel voor mezelf, ergens heb ik ook wel medelijden met de mug die schijnbaar onder mijn hoofd terechtkwam terwijl ik sliep en daardoor uit man en macht geen andere optie zag dan me te steken. Keer op keer op keer.
Het weer weer
Het weer is van slag. Het ene moment doet het alsof het zomer is. Dan lijkt het volop herfst te zijn. En ik probeer me zo goed als het kan aan te passen. Maar vind het maar verwarrend. Ik ben ook maar een mens. Een levend wezen. Net zo levend als het weer. Dat door allerlei omstandigheden net zo veranderlijk is als.. als het weer. Daartussen doe ik mijn ding en probeer een rotsvast eilandje te zijn voor mezelf.
Ongewone gewoonte
Ontdekken dat iets niet voor niets een gewoonte heet. Al had je jezelf voorgenomen om de dingen anders te doen, voor je het weet doe je de dingen weer ‘gewoon’ zoals je ze gewend was. Omdat je niet anders kan.
Oh wacht. Je kan wel anders. Je weet alleen nog niet precies hoe. Vandaar het woord ‘gewoonte’. Valkuil is ook zo’n mooi woord. Weg van de minste weerstand. De dingen doen op een manier die je kent.
Beseffen. Heel goed beseffen. Het voelen. En proberen om de gewoonte minder gewoon te maken. Om iets op een ongewone manier te doen. Wat hopelijk later tot een nieuwe gewoonte gaat leiden. Een minder rusteloze.
Hol gelach
Ineens kan het zo opvallen. Dat het gelach dat in tv-series zit, zo nep kan overkomen. Al is de serie grappig. En de grappen ook. Het opgelegde lachen, maakt het ineens een stuk minder grappig. De series die eigenlijk niet grappig zijn, zet ik dan graag uit. Maar de series die eigenlijk best vermakelijk zijn, kan ik daar geen extra knop op mijn afstandsbediening voor krijgen? Een knop die het lachen uitzet. En het enige gelach dat ik hoor, van mij is.
Of lijkt dat maar zo
Je hebt van die periodes. Dat iedereen om je heen een vriend(in) lijkt te hebben.
Iemand om loom tegenaan te hangen op de bank. Een blik die de jouwe opzoekt. Iemand die er onvoorwaardelijk voor jou is. Iemand waar je bij kan zijn als je geen zin hebt in mensen, maar ook geen zin om helemaal alleen te zijn. Iemand die er voor je is.
Je hebt van die periodes. Dat je jezelf ineens een beetje alleen kan voelen.
De stilte na de storm
En toen was alle drukte ineens voorbij. Het gewone leven gaat weer verder. Maar nu zit ik nog even in de tussenzone.
Mijn geest zit even vol. Mijn lichaam is even leeg. De draad van het gewone leven moet weer opgepakt worden.
Morgen is de dag. Vandaag is een dagje niemandsland.
Werken, slapen en gaan.
Ik droomde dat ik uit het reuzenrad viel. Net niet eigenlijk. Ik bleef hangen en werd gered. Geen idee hoe, want nou net dat stukje werd overgeslagen.
Toch bijzonder dat ik in de weinige uren dat ik slaap, zowaar droom én een stukje droom onthoud. Ook bijzonder is, hoe een mens kan leven en functioneren op weinig slaap. Deze week is bikkelweek. Sinds zaterdag slaap ik gemiddeld een uur of 4 per nacht. Werken. Meestal kort, heel soms wat langer nakletsen. Een keer aansluiten bij mijn dansvriendjes om wat mee te dansen. Paar uur slaap en daar gaat de wekker weer om op tijd paraat te staan.
Bijzonder hoe zo’n lichaam en geest gewoon blijven werken. Van ons allen daar. Het saamhorigheidsgevoel geeft energie. De bijzondere week en het idee dat het na zeven dagen weer voorbij is, geeft energie. De kick van de dingen regelen en problemen oplossen geeft energie. De enorme dankbaarheid en waardering van de artiesten die op treden geeft energie.
Gesprekken worden steeds vreemder. Grappen krijgen een steeds ander niveau. Zinnen worden steeds vreemder opgebouwd. Blikken staren soms weg. Maar verder gaan we gewoon door.
Het is leuk. Het is slopend. Het is fascinerend. En vandaag gaat alweer de laatste dag en nacht in. Jammer.
Slaaponderbreking
Maandagochtend. Abrupt word ik uit een diepe, diepe slaap gehaald omdat mijn bel gaat. Uit automatisme, nieuwsgierigheid en omdat ik nu toch min of meer wakker ben, doe ik open. Onderhoud van mijn warmwaterketel. Oh ja. Ergens tijdens mijn hectische vorige week, kreeg ik een briefje in de bus hierover. Had willen afbellen omdat ik wist dat ik vandaag lang wilde slapen en daarna weg zou zijn. Maar was het vergeten..
Aardige jongen. Komt uit de stad. Kent de zomerfeesten. Leek dan ook allerminst verbaasd dat ik met mijn slaperige kop en in pyjama opendeed.
Ik sliep namelijk laat. En moet om half twee vanmiddag weer bij mijn festivalplekje zijn om de eerste band op te vangen.
Hij is nu net weg. De ketel is voor de komende twee jaar onderhoudsvrij.
Ik ga nog even alle slaap pakken die ik pakken kan. Zodat ik straks een beetje meer uitgeslapen aan het –overigens erg leuke - werk kan gaan.
Aanpassen en aanvullen
Iemand aanvullen die al maanden of jaren met iets bezig is. Dat kan lastig zijn. Fijn ook, omdat je merkt dat er een kleine last van iemands schouders valt. Taken en verantwoordelijkheden delen en niet meer de enige zijn die ergens over gaat, zorgt al snel voor meer ademruimte. Daarnaast is er ook een soort angst. Die ander moet een stukje los kunnen laten. En al doende moet men er achter komen of het werkt. Hoe het werkt. Hoe men elkaar kan aanvullen. Hoe de andere een toegevoegde waarde kan zijn.
De eerste aftastende stappen zijn deze week gezet bij mijn nieuwe baan. De eerste dag was heel onwennig, de tweede voelde al een stuk nuttiger en betrokken.En vandaag worden de eerste stappen gezet bij mijn baan voor een week die morgen echt begint. Vier dagen wordt er gewandeld. Zeven dagen is er feest. Al deze dagen zal ik uren en uren op een en dezelfde plek aanwezig zijn om te assisteren bij de artiesten productie.
Twee kansen, mij gegeven door een bijzondere combinatie van toeval, timing en het vertrouwen dat bepaalde mensen in mij hebben. En het vertrouwen dat ik, mede dankzij mijn loopbaantraject en alle vragen, antwoorden en inzichten die ik daarmee heb verworven, inmiddels in mezelf heb gekregen.Onevenwichtig
Vervelend toch.
Als je hersenen zoiets hebben van ‘ja, fijn actief dingen doen, recensie schrijven, huis grondig poetsen, mailtjes wegwerken, mensen zien, orde op zaken stellen.’
En je lichaam zoiets heeft van ‘nee, hatsjoe, bah, auw, moe, kriebeldekriebel in mijn neus, nies, pff, vermoeiend, gaap, snotter.’
Weg met de lucifer
Zowel de logica als de handigheid als het nut ontgaat me volledig, van het feit dat sommige mensen gebruikte lucifers terug in het lucifersdoosje stoppen. Het leidt alleen maar tot verwarring en teleurstelling, omdat het voelt alsof er nog redelijk wat in het doosje zit. En uiteindelijk moet alles toch weggegooid worden.
Slapen en lezen
Gisteren mijn eerste nieuwe werkdag. Deze was leuk, smaakte naar meer en was zo vermoeiend als een eerste dag bij een nieuwe baan altijd is.
Vandaag mijn eerste dag vrij. En hoe besteed ik die? Ziekjes. De combinatie van een niet zo’n optimale weerstand en de hele dag in een oud gebouw rondhangen terwijl ik last heb van huisstofmijtallergie, bleken niet zo’n goede combinatie.
Na een rusteloze nacht, stond ik op om na een kleine poging om de dag fanatiek te beginnen, snel op mijn bank te gaan liggen. Slapen en lezen bleken de enige dingen waar ik de energie voor had. Niet echt hoe ik mijn dag vol had willen maken. Maar soms geeft het lichaam geen andere keus. En het boek was een goed gezelschap.
Mijn maandagochtend
Maandagochtend. Tijd voor mijn eerste werkdag bij mijn nieuwe baan. Het hele weekend heb ik tussen al het dansen en muziek luisteren door trots en blij lopen verkondigen dat ik maandag naar mijn werk moest. En nu is het zover. Ik vind het leuk. Ik vind het eng. Of eigenlijk meer spannend. Maar ik heb er zin in. En ben benieuwd wat deze dag me gaat brengen. En deze nieuwe fase van mijn leven.
De baan
Drie jaar geleden was er een vacature bij een leuke organisatie. Mijn sollicitatiebrief viel in goede aarde en er volgde een gesprek. Ook deze beviel en na een aantal zenuwslopende wachtdagen, bleken ze voor iemand anders gekozen te hebben. Jammer voor mij, fijn voor haar. Ik kende haar en zag ons allebei die baan wel doen eigenlijk.
Er volgde een aantal jaren vol zoeken naar banen, zoeken naar leukere banen, werkloos thuis zitten, verveeld uit het raam staren bij stom werk, bezig zijn met zoeken naar wat ik echt zou willen doen.
Afgelopen december kreeg ik een telefoontje. Van haar. Dat het steeds drukker was geworden en ze erover zaten na te denken om er iemand bij aan te nemen. En zij meteen aan mij moest denken, omdat zij ons wel samen zag werken. Alles was nog heel onduidelijk, maar mijn interesse was gepeild. De maanden erna was ik druk bezig met mijn loopbaantraject en pas tijdens de afgelopen weken begon ik me af te vragen hoe het er mee zou staan. Toevallig genoeg volgde er toen een telefoontje van haar. Haar vraag waarom ik nooit gereageerd had. Mijn vraag waarom zij nooit iets gestuurd had. Dankzij de wondere wereld van de verdwenen mail, was het schip bijna leeg weg gevaren.
Er volgden meer mails die niet aankwamen, telefoontjes heen en weer, een vakantie van mijn kant, pogingen tot afspraken en diverse redenen waarom ze op het laatste moment steeds niet door konden gaan.
Gisteren zaten we dan eindelijk samen op het kantoor. Te praten. De dingen door te nemen. En wat ik al weken aan zag komen, maar pas echt wilde geloven als we het er samen over gehad hadden: ik heb een parttime baan. Voor twee dagen in de week. In ieder geval voor de komende maanden. En dan moet er gekeken worden naar drukte, uren en mogelijkheden.
Ik ben blij. Maar moet er ook nog even aan wennen. Het helemaal tot me door laten dringen.
Ik en autorijden
Ooit had ik het er hier al over. Dat ooit is inmiddels ook alweer twee jaar geleden. Ik en autorijden.
Ik heb een rijbewijs. Al jaren. De eerste jaren heb ik regelmatig gereden. Maar ik vond het nooit zo leuk. En de momenten om te kunnen rijden kwamen steeds minder voorbij. En zo verstreek de tijd. Waarin ik wel een rijbewijs had. Maar ik steeds minder wist, hoe ik een auto eigenlijk in beweging moest krijgen.De laatste maanden kwam de vraag een paar keer naar boven. Steeds vanuit mogelijke nieuwe banen. De tijd was nu echt rijp om het weer eens te proberen.
Gisteren was ik bij mijn ouders en met mijn vader reed ik naar een afgelegen parkeerplaats. Ging aan de bestuurderskant zitten. Moest heel hard denken. Waar welk pedaal ook alweer voor diende. En probeerde het weer. Na een aantal rondjes op de parkeerplaats en een aantal keer op en neer rijden van de ene naar de andere doodlopende weg, bleek de kennis diep van binnen nog ergens te zitten. Wat een opluchting.
De komende tijd maar vaker oefenen. En grote kans dat ik binnenkort weer soms aan het verkeer deel ga namen als bestuurder. Eindelijk.
Als een poncho in juli
En ineens is het juli. Dat is natuurlijk niet ineens zo. Maar zo voelt dat wel.
Het weekend voelde tijdloos voor me. Druk bezig met leuke dingen, dansen en gezellige mensen om me heen was de datum niet van belang. En blijkt het ineens juli te zijn geworden. En heb ik nog nooit zo vaak een regenjas of poncho aangehad als tijdens de afgelopen dagen.
Het klimaat van slag. En ik heb de doordeweekse draad weer opgepakt.
