En weer een ander weekendje
Er was: een camping, tentjes, regen, uitklapstoeltjes, spelletjes, frisbee, subtropisch zwembad, jeu de boule, boekje lezen, andere campingmensen om naar te kijken, met je eigen wc-rol naar de wc, slippers aan onder de douche, kaarten, eieren bakken op een gaspitje, net iets te koud weer, luchtbed onder + slaapzak om me heen + deken op me, veel gelachen, water halen bij de kraan, wasrekje, afwaswedstrijd, badmintonnen, rare insecten, takken die uit de bomen vielen, zondagmiddagfilm.
Een hoop gezelligheid alom.
En ondertussen is juli ineens zomer voorbij.
Op de camping
Mijn rugzak is nog niet eens helemaal uitgepakt of het is alweer tijd om ‘m opnieuw in te pakken.
Dit weekend ga ik kamperen met mijn ouders, mijn zus, haar vriend en zijn kinderen.
Het tweede weekend in dit jaar trouwens dat ik niet uitga.
Die andere keer kwam door gruwelijke verstandskies-doorkom-pijn, deze keer een leukere reden.
Al wordt het regenachtig weer, ik heb er zin in!
Lekker niksen, spelletjes doen, op mijn slippers door de regen naar de wc rennen, met mijn zus in de tent kletsen, met zijn allen om een te krappe campingtafel ontbijten.
Ik kneuter nog even lekker door, zo zonder telefoon, computer en een vast dak boven mijn hoofd.
Dag telefoon
Dankzij een steeds groter wordend gat in mijn tas en de sufheid die om me heen hing na weinig slaap dagenlang, ben ik tijdelijk mobielloos.
Dinsdag, toen we terugwaren uit Ruigoord en ergens iets te eten wilden halen, belde ik iemand op en daarna stopte ik mijn telefoon terug in mijn tas om er een paar minuten later achter te komen dat de telefoon helemaal niet meer in mijn tas zat.
Omkijkend zagen we in de verte een man bukken op de plek waar ik gebeld had. Hij raapte iets op en liep snel weg. Wij waren te traag om aktie te ondernemen, ook omdat we nog niet echt doorhadden dat mijn telefoon echt niet meer in mijn tas zat.
De telefoon is geblokkeerd, na dit weekend krijg ik een nieuwe simkaart en ben ik weer bereikbaar.
Bijna een week zonder telefoon, ook weer een belevenis op zich.
Na anderhalve week vol mensen om me heen en feesten en vakantie, kan ik me er echt even helemaal niet druk om maken.
Weer thuis maar niet helemaal
Vijf nachten weg geweest.
Vol met indrukken, gevoelens, herinneringen, mooie momenten, inspiratie, het gevoel dat er meer uit het leven te halen valt.
Zand in mijn schoenen, water in mijn rugzak, stof in mijn spullen.
Met ogen dicht dansen op muziek, bijzondere gesprekken met onbekenden, lachen tot de tranen in de ogen staan, ontspannen tot op het bot, meegevoerd worden door het geluid van een band met didgeridoo, ultieme vrijheid voelen, gaan waar de sfeer je heen brengt, zonder haast, je laten verwonderen door alles wat op je pad komt.
Vriendschap, liefde, genegenheid, verbondenheid, eenheid.
Vermoeiend, energievol.
Weer thuis.
Alles langzaam een plekje zien te geven.
Ben even weg
De Zomerfeesten heb ik vol overgave en plezier beleefd de afgelopen dagen. Mensen kijken, dansen, kletsen, fijn in het park hangen, mijn sociale happening van het jaar.
Ze zijn nog niet afgelopen, maar voor mij wel.
Vanmiddag stap ik namelijk op de trein, op weg naar een ander festival.
Een vriendin van mij gaat daar met een cateringbusje staan en net zoals vorig jaar zal ik haar daarbij helpen.
Gezellig, ontspannen, goede sfeer. Slapen in mijn tentje, buiten leven.
Hoe zeer ik me ook vermaak in mijn stad, ik heb zin om even ergens anders te zijn, even uit mijn leventje alhier stappen, weg van alle mensen en dingen, even afstand nemen.
Friese talenknobbel ontdekt
Een mevrouw aan de lijn op mijn werk begint haar verhaal te doen. Ik vind haar moeilijk verstaanbaar, wijt dat aan mijn slaapgebrek en ga iets geconcentreerder luisteren zodat ik haar kan volgen.
Na een paar minuten is het probleem duidelijk en ik vat het voor haar samen en zeg wat ik eraan ga doen.
Waarop de volgende dialoog volgt, gestart door de mevrouw in kwestie:
“Spreek je eigenlijk Fries?”
“Ehm, nee.”
“Zal ik het dan in het Nederlands vertellen?”
“Praatte u dan net Fries tegen me?”
“Ja.”
“Oh, ik heb eigenlijk alles verstaan, schijnbaar praat ik toch Fries dan.”
De wondere wereld van de taal.
In de categorie:
"of je bent moe en zegt iets verkeerd"
Goedemiddag, u spreekt met die en die van dat en dat bedrijf.
Wat kan ik met u doen?
Je hebt van die gesprekken...
"Ik vind boeren altijd wel leuk."
"Ik ook, maar ik kan het nooit zo goed."
"Ehm, ik bedoel de mensen"
"..."
Gaap
Afgelopen zaterdag zijn de Zomerfeesten in de stad begonnen.
Een week lang feest, bandjes, drukte en gezelligheid.
Het grotendeel van de stad is het vermijden waard, met foute bandjes, teveel mensen en minder leuke sfeer.
Jaar na jaar ben ik dag na dag hier te vinden.
De plek in de stad met volop bekenden en andere leuke mensen, goede sfeer en fijne muziek.
De afgelopen jaren werkte ik er ook altijd een paar dagen.
Dit jaar niet, omdat ik geen vrij kon krijgen van mijn geweldige nieuwe baan (sijpelt het cynisme goed door?), aangezien alle vakanties al vergeven waren in juli en augustus.
Fijn, als je ergens in mei begint.
Dus de 3 dagen dat ik daar moet werken deze week zal ik er zijn.
Lichamelijk volop, fysiek wat minder.
De zomerfeesten zijn mijn sociale feestje van het jaar en ik ga niet avond na avond op tijd naar huis toe om fit te zijn voor werk dat ik niet bijzonder vind en dat zoiezo eind augustus ophoudt.
Gelukkig ben ik een van die mensen die slaaptekort een paar dagen kan doorschuiven.
Zon is zon
Met een avond vol met sfeer, energie en leuke mensen tijdens de laatste dance-avond in de concertzaal voor de zomerstop, die met een hoop die-hards die geen zin hebben om te slapen vervolgd wordt bij een afgelegen anti-kraak huis waar de draaitafels, boxen en een aantal banken buiten zijn gezet, kan het je overkomen dat je thuiskomt na een avondje achter de bar werken/uitgaan en een verbrande schouders en wangen hebt.
Ik val in de categorie mensen die alles opschrijft
Wat ik gedaan heb.
Waar ik aan denk.
Wat ik nog moet doen.
Dat resulteert onder andere in een weblog, dagboeken volgeschreven sinds ik kan schrijven, maar vooral ook in briefjes.
Talloze briefjes slingeren er altijd door mijn huisje.
Met boodschappenlijstjes, telefoonnummers, data van festivals, dingen die ik moet doen, titels van leuke liedjes, tv-programma’s die gaan komen, inspiratie voor leuke banen, interessante quote’s van mensen, stukjes dromen, recepten, websites, aantekeningen voor recensies, gedachtjes en andere schrijfsels.
Als ik geen pen bij me heb, voel ik me zelfs lichtelijk verloren.
Ik kan me ongezondere verslavingen voorstellen.
Net als in de film
Welke ik in dit rijtje had verwacht te zien:
Dat mensen in films een afspraak maken en nooit een tijd en plek hoeven af te stemmen, maar gewoon weten hoe laat en waar ze elkaar zullen zien.
Soms zou ik willen dat ik rookte
Dan zou ik ineens iets aan het doen zijn op momenten dat ik nu niks aan het doen ben.
In pauze’s en losse momenten tussendoor doe ik andere dingen.
Lees een krantje door.
Trek aan mijn veters.
Priegel wat met mijn mobieltje.
Kijk naar mijn nagels.
Volg de wolken in de lucht met mijn blik.
Staar in de ruimte.
Luister gesprekken om me heen af.
Denk over vanalles en nog wat na.
Maak boodschappenlijstjes in mijn hoofd.
Allemaal van die dingen doe je doet, terwijl je niks aan het doen bent.
Tenzij je ondertussen rookt.
Dan ben je namelijk iets aan het doen.
Onbegonnen werk
Iets uitleggen aan iemand die overtuigd is van haar eigen gelijk, niet wil luisteren en denkt dat alles wat je zegt bedoeld is om haar aan het lijntje te houden...
Werken aan werk
De laatste tijd merk ik niet alleen bij mezelf, maar bij ongeveer iedereen om heen onvrede over werk.
De werkelozen willen werk.
De werkenden willen ander werk.
Andere werkenden moeten ander werk zoeken (omdat afdelingen worden opgeheven of tijdelijke contracten niet worden verlengd).
Iedereen lijkt wel op zoek te zijn.
En bijna niemand weet naar wat.
In vrije tijd wordt er gedagdroomt over eigen bedrijfjes, de ideale baan en het leukst mogelijke werk. Maar niemand lijkt daar daadwerkelijk terecht te komen.
Wie of wat zwengelt ons eens een stap de goede richting uit?
.....
Tijd gaat weer even sneller dan anders.
Ontspanning kost soms eerst een hoop inspanning, geregel en afstemming.
Je hebt er geen invloed op wie of wat er ondertussen ook nog eens in je hoofd rond blijft spoken.
Je dromen zitten overvol en zijn zo hectisch, dat je daar ineens moe van wakker wordt.
Een week voor de boeg vol dingen doen, vooruitdenken, het een en ander regelen, eerst naar hier en dan meteen door naar daar.
Zucht.
Er zwaait een trap in mijn ooghoeken voorbij
In mijn nachthemdding zat ik achter mijn computer, een beetje te overpeinzen welke onderwerp ik vandaag aan zou snijden op deze site.
Vanuit mijn ooghoeken zie ik ineens de bovenkant van een lange ladder voorbij komen, een houvast zoekend bij het Frans balkon-deur van de buurjongen.
Een glazenwasser? De buurjongen zelf? Een reparatieman?
Als in een reflex trek ik het gordijn dicht. En die van mijn ramen ook meteen maar.
Blij dat ik niet net uit de douche kwam en eerst iets een muziekje wilde opzetten, voordat ik me aan zou gaan kleden.
Maar nu zit ik hier, met alle gordijnen dicht.
En omdat ik uiteraard uitermate nieuwsgierig ben, heb ik net even het gordijn opzij geschoven. Er stond een busje van een schoonmaakorganisatie. En het afdakje van de onderburen ziet er vanaf de bovenkant gezien een stuk schoner uit. Maar het busje en de meneer staan er nog dingen te doen.
Dus ik laat de gordijnen nog maar even dicht.
Wonend op de 1e verdieping ben ik niet gewend aan of gesteld op mensen die op gelijke hoogte naar binnen kunnen kijken.
In de verte zie je een bekende
Zo’n iemand waar je nooit hele verhalen mee deelt, maar waar je wel altijd gedag tegen zegt, als de tijd en ruimte het toelaten gevolgd door een paar extra zinnen conversatie.
Die ander is net te ver weg om al gedag te zeggen. Je twijfelt of je alvast met een blik van herkenning die ander aan zal gaan kijken. Of dat je nog even enthousiast naar de inhoud van je tas/ je schoenveters/ de mosbegroeiing tussen de tegels/ de wolken kijkt, zodat je een paar centimeter voordat jullie elkaar gaan kruisen, je je blik weer vooruit kan werpen en je wenkbrauwen verrast de lucht in kan laten gaan, gevolg door een enthousiaste ‘hoi’.
Die ander vraagt zich hetzelfde af, de kans is groot dat jij besloten hebt om vast glimlachend te kijken, terwijl de ander zich net in de mosbegroeiing gaat verdiepen.
Eindelijk is het zover dat jullie beiden dicht genoeg bij elkaar in de buurt zijn gekomen en dan… blijkt het alleen maar iemand te zijn die heel erg lijkt op die ene bekende.
Voel ik wat of lijkt dat maar zo
Gevoelens zijn vreemde dingen.
Kunnen rare dingen met je doen.
Zorgen dat je rare dingen doet, zegt, droomt en meemaakt.
Verwarrend kan het zijn, omdat gevoelens ook nog eens steeds veranderen.
Zodat wat eerst belangrijk leek, nu steeds minder prominent in je hoofd zit.
Of dat iemand die je veel deed, dat ineens niet meer zo lijkt te doen.
Heb je jezelf dan voor de gek gehouden?
Waren die dingen de hele tijd al niet zo belangrijk als je dacht?
Of waren ze een tijd wel echt belangrijk, maar door ontwikkelingen en gedachtes en gesprekken en het leven dat gewoon verder gaat zijn ze minder belangrijk geworden.
In hoeverre kunnen gevoelens gevoed en gestuurd worden door iemand anders en de situatie zelf?
En lopen ze anders als ze dus niet gevoed worden?
Dat vraag ik me soms dus af.
In hoeverre gevoelens puur zijn en er gewoon zijn, los van anderen.
In de categorie:
"Mijn hoofd zit vol met allerlei gedachtes en vragen, laat ik de onbelangrijkste er eens uit selecteren.”
Waarom hebben Amerikaanse huishoudens op tv altijd een bank midden in de kamer staan?
En dan bedoel ik niet alleen in de tv-series waar de bank zo midden in de kamer staat, zodat zij recht naar de kijker/publiek/camera kijken als ze zitten (waar ze dat wel moeten doen, omdat we anders naar de ruggen of zijkanten van de spelers aankijken en dat niet de bedoeling schijnt te zijn) .
Maar in alle films en lange series met meerdere camera-invalshoeken staat de bank midden in de kamer.
In mijn hoofd ben ik de woonkamers af gegaan die ik ken in het echte leven en iedereen heeft de bank(en) tegen de mu(u)r(en) staan.
Aangezien ik nog nooit in Amerika ben geweest, vraag ik me of het iets typisch van films of tv-series is, of dat het daar echt zo is.
En hoe zit het eigenlijk in andere landen?
Dilemma van de ochtend
Nog een keer die snooze-knop indrukken...
Of meteen opstaan en iets rustiger aan kunnen doen...
Miniatuurhoofdjes
Mensen hebben gezichten in hun hoofd zitten.
Sommigen vrij weinig, anderen heel veel.
Het is maar net hoe goed je bent in gezichten onthouden.
Vanmiddag kwam ineens het beeld in me op van al die gezichtjes in mijn hoofd.
Allemaal kleine miniatuurhoofdjes verspreid in mijn hersenpan.
Een aantal in groepjes bij elkaar: familie, vrienden, buren, uitgaansgezichten.
Uiteraard een groep ‘geen idee waar ik dat gezicht van ken, maar het zit wel in mijn hoofd’.
Een vrolijk idee, zo’n hoofd vol gezichtjes.
Tenminste, in mijn hoofd.
Bij ieder die dit leest, zal het een totaal andere voorstelling in de fantasie opleveren.
Maar dat is weer een heel ander verhaal.
Bijvoorbeeld
“Wereldvreemde idioot”
“Dank je”
“Het was niet bedoeld als compliment”
“Ja, dus? Het is toch aan mij hoe ik het opvat?”
“…”
Nare dromen
Als je dromen bedoeld zijn om dingen te verwerken, vind ik het een beetje naar als er zo’n heftige dingen gebeuren in mijn droom met mensen waar ik op gesteld ben, dat ik eigenlijk opnieuw zou moeten dromen om dát te verwerken.
Het wonderlijke verhaal van de fiets
Sommige dingen zijn niet te verklaren.
En toch gebeuren ze.
Zo had ik 2 weken geleden mijn fiets met 2 sloten op slot gezet, maar nergens aan vast, voor het danscafé waar ik was. Toen ik uren later terug bij mijn fiets kwam, was mijn fiets een stukje verplaatst en zat mijn kettingslot om een hek heen.
Raar.
Eerder, zo’n 6 weken geleden, bleek na afloop van een avond dansen in mijn concertzaal, dat mijn fiets er niet meer stond. Ik keek rechts, ik keek links, ik keek overal, maar mijn fiets was nergens te bekennen. Heel beteuterd stond ik er toen bij, met mijn fietssleutels nutteloos in mijn handen.
Het was laat, ik was niet al te wakker, thuis stond een reservefiets en ik kon bij een leuke jongen achterop, dus op dat moment zag ik het probleem er nog niet echt van in.
In de week na die zaterdag heb ik regelmatig het terrein rondom de concertzaal grondig bekeken, kijkend of mijn fiets misschien verzet was, of in elkaar getrapt ergens in de bosjes terecht was gekomen. Maar helaas.
Vanaf die avond ben ik mijn reservefiets, die dus ineens was opgeklommen naar enige fiets, in het fietsenstallingschuurtje van de concertzaal neer gaan zetten. Tot nu toe zette ik mijn fiets daar nooit neer, omdat het nogal achteraf ligt en ik er niet zo graag alleen heen loop in het donker, midden in de nacht.
In de loop der weken bleek mijn enige fiets een enorm krakding. Hij fietst heel zwaar en een van de twee trappers zit heel scheef en zorgt ervoor dat je alleen vooruit komt als je al je kracht zet op de andere trapper. Uitermate vermoeiend en pijnlijk voor de kuiten aan die kant.
Steeds was ik van plan om ergens een tweedehandsfiets te kopen, maar ik kan dingen nogal uitstellen, dus het kwam er niet van…
Gisteravond moest ik weer eens werken in de concertzaal en toen ik mijn enige fiets had neergezet in het fietsenstallingschuurtje en terug naar de deur liep, zag ik daar ineens mijn gejatte fiets staan.
In een fietsenrek, helemaal heel en helemaal op slot met mijn eigen sloten.
De afgelopen weken ben ik heel vaak in dat schuurtje geweest en niet eerder had ik mijn fiets daar zien staan, terwijl het in zijn onlogischheid me logisch lijkt dat deze daar die 6 weken lang heeft gestaan.
Wie of wat heeft mijn fiets daar neergezet? En hoe? En waarom? En wanneer? En hoe? En waarom?
Gisteren kwamen we uit op twee theorieën.
Er zit een gemene andere persoonlijkheid in mijzelf, die me tijdelijk een black-out geeft en zorgt dat ik rare dingen doe met mijn eigen fiets.
Of iemand in de stad vindt het leuk om onverklaarbare dingen met mijn fiets te doen.
* twilight zone muziekje*
Dus
Ik was eigenlijk nog aan het wennen aan juni en nu blijkt het ondertussen alweer juli geworden.
Ommezwaai
Zonnebrand en zonnebril uit de tas.
Regenjas en paraplu in de tas.
Slippers en rokje uit.
Sokken en lange broek aan.
Even afkoelen.
Tijd om mijn huisje op te ruimen.
En dan mag de zomer wel weer terugkomen.
