Toen en nu
In mijn schrijfsels van ruim 4 jaar geleden vond ik onderstaand stukje.
En het klopt nog steeds.
Vooruitgang draait bij mij in rondjes, maar dan wel steeds grotere.
Ik ben op zoek naar mijn werkelijkheid, diegene waar ik me het meeste thuis zal voelen. Daarom sta ik enorm open voor andere werkelijkheden, theorieën van andere mensen, ben ik nieuwsgierig en laat ik me zo snel meeslepen.
Ik ben zoekende.
En door boeken kan ik een stukje vinden.
Op reis
Ik heb geluk gehad. Dat heb ik wel vaker met vakantie en andere leuke uitstapjes dit jaar.
De aanleiding voor de komende reis is de geboorte van een dochtertje van een van mijn Zweedse vriendinnen. Om de zoveel tijd sturen we elkaar post en blijven we van elkaar op de hoogte en merken we dat we elkaar niet vergeten. Na de uitgetelde datum was ik erg nieuwsgierig of het kind geboren was en wat het zou zijn. En daarom mailde ik naar iemand uit Nederland die haar ook kent. Zo kwam ik erachter dat het een dochtertje was, genaamd Momo. En dat die iemand met zijn vrouw begin december een paar dagen naar Zweden zou gaan en ik mee kon rijden als ik dat zou willen.
Dus morgen ben ik op weg naar Zweden. Waarschijnlijk ben ik rond deze tijd ergens in Duitsland, op weg naar de boot die ons naar Denemarken zal brengen en zo verder naar de volgende boot die ons naar Zweden zal vervoeren. Laat in de avond zullen we in Linköping arriveren. Daar heb ik een paar jaar geleden bijna een jaar gewerkt, op het internationale kantoor van Loesje.
De laatste keer dat ik er op bezoek was, was maart 2001, een eeuwigheid geleden alweer! En ik kijk er zeer naar uit om mijn 2 vriendinnen aldaar te zien, door mijn oude woonwijk te banjeren, de rust in de mooie kerk op te nemen, de lekkerste en mooiste warme chocomel in het hippe café te drinken, de kou langs me heen te laten gaan, me te verbazen over de vreemde Zweedse jeugd, mijn schamele kennis van de Zweedse taal te brabbelen en te genieten van de rust en het mooie landschap.
Hoezeer ik me ook vermaak hier, ik vind het erg fijn om even helemaal weg te zijn.
Mijn herinneringen naar het nu halen.
Al ben ik binnen 6 dagen weer thuis, ik zal genieten van begin tot eind, inclusief de reis van 14 uur heen en 14 uur terug.
Behoeften
Zo wat nieuws lezend, over ministers en potjes geld; een vrouw die de Postcodeloterij heeft gewonnen; kinderen uit Rusland die met moeite de winter doorkomen; Cher die volgend jaar 60 (!) wordt en er veel geld aan besteed om er jonger uit te zien…
Plotseling besefte ik me: het is niet zo dat er te weinig geld is voor basisbehoeften van iedereen, het is alleen verkeerd verdeeld.
Er zijn mensen op deze wereld die zo gruwelijk veel geld hebben (popsterren, voetballers, Bill Gates, filmsterren), dat ze niet weten wat ze er mee moeten. En het uitgeven aan de meest belachelijke dingen en ook een groot deel op een spaarrekening zetten.
Zoveel geld soms, dat het nooit op komt.
Ik vind het best een eerlijk plan om 1% van je vermogen weg te geven en in een speciaal potje te doen, zodat daardoor anderen ook in hun basisbehoeften kunnen voorzien. Die 1% missen de rijkeren niet eens en voor een arm iemand kan dat net het verschil zijn tussen iedere dag gezond eten of iedere dag wat droog brood.
Tegelijk besef ik me ook dat zo’n systeem even zou werken..
Want zodra je basisbehoeften vervuld zijn, ga je je wensen bijstellen. Zodat je jezelf steeds meer en meer gunt. Zo gaat het ook bij de rijken die al dat vermogen van zichzelf ook echt onmisbaar achten ondertussen.
Het leven hangt van toevalligheden in elkaar
Het toeval of het lot blijft een interessant gegeven. Een avond, een dag, een minuut, een leven valt van de toevalligheden aan elkaar.
Je fietst door die ene straat in plaats van de straat waar je normaal fietst en dan kom je ineens een vriendin tegen waar je mee afspreekt om iets te gaan drinken. Een vriendin uit een andere stad heeft zin om wat te doen vandaag en belt jou op om langs te komen en zo krijgt je suffe zondag ineens een plan. Tijdens het uitgaan zijn al je vrienden en bekenden even gedislocaliseerd en zo raak je aan de praat met een jongen, en jullie blijken genoeg gespreksstof te hebben voor de rest van de avond.
Hoezeer ik het soms ook kan vervloeken, ik besef me ineens dat het zeker ook z’n voordelen heeft om meestal plan- of doelloos te zijn. Want voornamelijk dan gebeuren er de meest onverwachte en bijzondere dingen, omdat je er open voor staat.
Bliepjes
Mijn muzieksmaak is vrij divers en zeer tegengesteld. Van vette gitaren, mooie stemmen waar je stil van wordt tot freaky bliepjes waar je niet van stil kan blijven staan. Allen hun eigen charme. Sommige van mijn goede vrienden (de meeste eigenlijk bedenk ik me nu) begrijpen vooral mijn fascinatie voor de bliepjes niet zo goed. Voor niet-ingewijden: bliepjes is hun benaming voor alles wat valt in de dance/techno/house/tekno/elektro-enzovoorts-hoek. En vanavond ga ik naar een van mijn favoriete bliepjesartiesten van het moment: Alter Ego!
Gepaste voorpret is volop aanwezig in ieder geval.
In de lucht of niet
Voordat ik vannacht in slaap viel, had ik een gedachte voor het schrijven van vandaag. Echter had ik zo enthousiast en levensecht gedroomd, dat ik mijn weloverwogen mooie woorden en zinsconstructies niet zo goed meer weet.
De moraal van het schrijven was in ieder geval de vage schemerzone, genaamd liefde. Aandacht. Spanning. Genegenheid. Inschatten of iemand je gewoon leuk vindt of wellicht meer. Inschatten of jij zelf iemand gewoon leuk vind of wellicht meer.
Raakt iemand op een bepaald moment echt een gevoelige snaar bij je of laat je jezelf meeslepen door je bui, de hoop, de sfeer? Dat blijk dan uit de volgende ontmoeting, soms is de gevoelige snaar dan ineens geheel weg.
Soms lijkt die klik er te zijn, maar blijkt de ander een vriendin te hebben en dan is het ook zo uitzichtloos op dat gebied.
Je hebt ook momenten dat je iemand leert kennen waar je het goed mee kan vinden, je praat wat. Een volgende keer praat je wat meer en blijk je allebei geen haast te hebben om snel weer verder te lopen. Misschien zit daar wat in de lucht.. Misschien ook niet. De spreekwoordelijke tijd zal het leren.
Helaas en gelukkig is het allemaal niet zo zwart-wit en duidelijk meestal in de vage wereld van de liefde en genegenheid.
Vandaar dat vele liedjes, films, gedichten en vooral ook gesprekken tussen vrienden over dit onderwerp gaan. En altijd zullen blijven gaan.
Alle tijd
Sinds een paar dagen is de batterij van mijn centraal hangende klok leeg. Daar kwam ik overigens pas achter toen het al anderhalf uur 12.15 bleek te zijn.
Ik heb nog niet de moeite genomen om er een nieuwe batterij in te doen. De tijd kan ik namelijk ook vinden op telefoon, computer en videorecorder (al verschillen ze een beetje van mening over de precieze tijd).
Ondertussen ben ik erachter gekomen dat het me meer rust geeft, dat de tijd niet zo prominent en aandachttrekkend in beeld hangt. En ik kom niet eens noemenswaardig te laat bij de dingen waar dat belangrijk voor is.
Elk voordeel heeft een nadeel
Het is een algemeen feit dat het moeilijk kan zijn om iemand anders situatie goed te kennen. Zolang jij zelf een andere situatie hebt of een ander soort leven, bekijk je het vooral vanuit jezelf. Dat lijkt me heel logisch en natuurlijk.
In eerste instantie wilde ik het niet zo specifiek over ‘mijn situatie’ hebben (zoals iemand het pas noemde), omdat ik vermoed dat er mensen zijn die er allerlei negatieve (voor)oordelen over hebben.
Ik zit nu in een situatie die ik zelf ook liever niet zou hebben en waar ik zeker ook niet blij mee ben. Ik behoorlijk namelijk tot een van die talloze werkzoekende die Nederland kent op dit moment. Toegeven: de eerste tijd kon ik er vaak de lol van inzien. Al die vrije tijd, heerlijk.
Ondertussen word ik er moedeloos van.
Voor de ene functie ben ik te hoog opgeleid, voor de ander te laag, of ik heb niet precies de goede studie, of ik pas niet in het team, mijn werkervaring sluit niet aan, ik ben net te oud, net te jong enzovoorts enzovoorts.
Vanaf het begin ben ik druk aan het solliciteren. Naar allerlei soorten banen. Van droombanen tot wel leuke banen tot minder leuke banen. Op allerlei niveaus, in diverse steden, van 15 tot 40 uur in de week. Kieskeurigheid om een baan heb ik na een paar weken al opgegeven.
Het is heel frustrerend om minstens 4 keer in de week een brief of mail terug te krijgen waarin een of meerdere varianten van de volgende zinnen staat:
“ Bij deze willen we je meedelen dat onze keus op een andere kandidaat is gevallen.”
“Gezien het overweldigende aantal reacties (314) kunnen wij helaas niet ingaan op de individuele reden van afwijzing.”
“De keuze is helaas niet op u gevallen.”
“ U komt niet in aanmerking, omdat wij kandidaten hebben die beter aansluiten op de functie.”
“ Wij hebben een kandidaat uitgekozen die beter in ons team past.”
Een paar maanden geleden vertelde iemand me dat ze onderzoek hadden gedaan naar afwijzingen en wat dat doet met mensen. Er kwam uit dat je zelfvertrouwen langzaamaan naar beneden wordt gehaald. Mijn reactie was toen om heel hard te lachen, want ‘bij mij werkt dat niet zo, die brieven zijn toch niet persoonlijk, zij kennen mij niet eens.’
Ondertussen weet ik het zo net nog niet. Het is in ieder geval zeker niet bevorderlijk voor je zelfvertrouwen.
Om bezig te zijn, me nuttig te voelen en ergens waardering voor terug te krijgen, ben ik op diverse plekken vrijwilligerswerk gaan doen. Gemiddeld 20 uur in de week. Dat is leuk, daar word ik gewaardeerd en ik voel me nuttig in de maatschappij.
Verder ben ik gemiddeld 25 uur in de week feitelijk bezig met vacatures zoeken, brieven schrijven, bij uitzendburo's informeren, op vacaturesites kijken. En van opstaan tot slapen denk ik eraan.
En voor al die werkenden die vinden dat werkelozen een luizenleventje hebben: geloof me, als je serieus en actief bezig bent met werk zoeken, is dat veel vermoeiender dan werk hebben. De zekerheid, dat ritme (al werk je onregelmatig), niet die constante zorg aan je hoofd.
Ik ken die kant ook. Ik heb namelijk jarenlang gewerkt. Vanaf mijn 15e iedere zaterdag. Toen ik studeerde had ik bijbaantjes. En sinds mijn afstuderen heb ik altijd een baan gehad.
En nu even niet. En helaas duurt dat even me iets te lang. En heb ik soms ook een baaldag daarin. Ik ben ook maar een mens met gevoelens, zoals iedereen.
Bla bla bla
Deze keer in willekeurige en onvolledige volgorde een impressie van stukjes uit gesprekken gisteravond:
“Koud hè buiten, binnen is het lekker warm.”
“Ja, het is inderdaad helemaal uitverkocht.”
“Wat drink jij, tonic met citroen erin?”
“Dit zijn geen kaartjes, dit is een verjaardagskaartje voor iemand.”
“Die film heb ik ook nog niet gezien.”
“Bij deze staat hij verder boven aan mijn lijstje.”
“Oh ben jij hun nieuwe bassist!”
“Kom je daar ook vandaan? Da’s echt te toevallig!”
"Nu zijn we de hoi-relatie wel voorbij."
“Ben jij toevallig katyo van die site dan?”
“Oh kom mee, dan moet ik je even aan iemand voorstellen!”
“De wereld is klein en deze stad al helemaal, net een dorp”
“Hij is de huisgenoot van die en die en ook een vriend van haar.”
“ De laatste ronde is al geweest als we daar eenmaal zijn..”
“Maar het meisje dat op dinsdag het bier schenkt, schenkt het vandaag ook, dus dat komt wel goed.”
“ Waar kennen jullie elkaar dan van?”
“ Wat leuk om hier eens achter te staan.”
“ Dat was de maar dus.”
“ Klop ik aan, ligt zij daar bij hem in bed”
“ Ah, met dit mes gaat het ook best goed!”
“ En allemaal zeiden ze dat ze veel aan sport deden. Alle meisjes!”
“ Zij is echt stom, die ander ken ik niet zo goed, maar zij is echt niet leuk.”
“ Ik kom er weleens, maar nooit op zondag eigenlijk.”
“ Misschien tot morgen dan.”
" Ik kan hier naar links, maar dan moet ik nog 4 deuren door, dus ik ga nog een stukje rechtdoor."
Ja joh, ik wacht wel
Ik ben aan het wachten. Op de Gasservice-man. Die vandaag gaat komen voor het periodieke onderhoud van mijn c.v. ketel en/of warmwatertoestel. (zo lees ik op het kaartje).
Tussen 13u en 16u30 zou hij komen. Dus hij heeft nog 3 kwartier. Maar ik hoopte dat hij nu zelfs al weg zou zijn. Omdat ik chocomel met slagroom zou gaan drinken met een vriendin. Die afspraak staat nu in de wacht.
Dus was ik tot een half uur geleden nog druk bezig met vanalles, nu ben ik echt aan het wachten.
Wel weer vele weblogs gelezen. En nog een keer naar The Hacker in de luisterpaal aan het luisteren (hij is er bijna uit, verdorie). En aan het bedenken dat ik vanavond dus naar Zita Swoon ga. En het best wel eens gezellig en dus laat zou kunnen worden. En ik eigenlijk morgen om 9u weer paraat moet zijn op de plek om actief werk te gaan zoeken. Misschien dat ik eens een keer niet ga. Of morgen naar ze ga bellen dat ik thuis actief ga doen. Wat ik dan ook ga doen, maar dan niet al om 9u.
Dus.
Komt u nu maar, Gasservice-man.
Woensdag dus
Woensdag is het. Dat is voor de meeste mensen niks nieuws. En voor mij ondertussen ook niet meer.
Maar die allereerste slaperige momenten nadat ik wakker was, was ik in de veronderstelling dat het vrijdag was.
In mijn hoofd was ik even aan het bedenken wat ik allemaal ga doen vandaag en het zijn allemaal dingen die ik meestal op een vrijdag doe.
Zodadelijk ga ik een van mijn vrijwilligersactiviteiten doen in de concertzaal. Bij de cateringwerkgroep. Dat houdt in dat ik met een medevrijwilliger alles ga kopen wat de artiesten in de kleedkamer gaan krijgen en dat ook netjes neerzetten en in bakjes doen. Leuk om te doen. Leuk ook om te kijken wat artiesten voor speciaals vragen.
Vanmiddag ga ik met een vriendin ergens warme chocomel met slagroom drinken, ondertussen bijpratend over het leven.
En ’s avonds ga ik daar een van mijn andere vrijwilligersbezigheden doen: werken achter de kassa. En daarna zelf ook zoveel mogelijk te zien en te horen krijgen van Zita Swoon is het idee!
Normaal zijn dat meer vrijdagactiviteiten voor mij.
Maar het is dus woensdag.
Woensdag.
Dat ik het niet ga vergeten.
...
Vanmiddag ben ik naar de film “Der Untergang” geweest.
En ik ben er stil van.
Mijn indrukken van mijn bezoek aan Auswitsch een paar maanden geleden dringt met terugwerkende kracht nog beter tot me door. Die geur daar… onbeschrijfelijk.. en ik ruik het ineens weer.
Een veelgelezen commentaar over deze film is ‘dat Hitler er zo menselijk door wordt’. Het is fascinerend om een oorlog van de andere kant te zien. Maar hij komt dan wel over als een mens, een leuk mens is het niet. Hij is eng, neurotisch, heeft geen besef van de werkelijkheid en alles bij elkaar heb ik hem hoogstens 15 seconden begaan met iemand gezien.
De film is goed. Treurig. Realistisch. En dus te erg voor woorden.
Gelukkig kan ik me er niks bij voorstellen hoe het is om in een oorlog te leven.
Overleven.
Mijn baaldag van vandaag en mijn zoektocht naar wat dan ook in mijn leven, vallen in het niet bij de verschrikkingen die miljoenen mensen hebben gemaakt.
Goed dat zo’n films gemaakt worden, zodat het nooit vergeten zal worden.
Hmpf
Vandaag ben ik echt met het verkeerde been uit bed gestapt. Zie ik er na een avondje laat uitgaan de dag erna bijna altijd fris uit, vanochtend zag ik er juist uit alsof ik vannacht liters alcohol op had en maar een paar uur heb geslapen. Niks daarvan, ik ben netjes op tijd naar bed gegaan.
Kon wel niet meteen in slaap komen, omdat een van mijn buren zijn/haar meubels leek te verschuiven (best gehorig, zo’n flat). En buiten waren er mensen naar elkaar aan het schreeuwen (kon net niet verstaan wat, ook vervelend).
Uiteindelijk in slaap gevallen, maar wel onrustig geslapen. Veel flarden droom, tussendoor half wakker worden.
Tegen de ochtend afvragend wat Giel Beelen in mijn droom deed, maar even later bleek hij al minuten lang via mijn wekkerradio tegen me te praten.
Vandaag is dus mijn dag niet. Mijn haar zit verkeerd, mijn sok zit niet fijn, mijn neus is verstopt, de computer is te langzaam, de mensen om me heen zijn zonder uitzondering irritant, mijn optimistische kant ligt nog in mijn bed.
Vandaag bekijkt iedereen het maar. Ik blijf de hele dag sjaggerijnig kijken en ga al helemaal niet aardig zijn tegen iemand.
Dus dan weet u dat vast. Mocht u een van de ongelukkigen zijn die me tegen het lijf loopt vandaag.
Dus
Ik: Mijn leven is en blijft een vage aaneenschakeling van gebeurtenissen. Ik zou soms best wel een rode draad/doel willen ontdekken. Ik vermaak me wel verder, maar toch.
Ander: Misschien is er wel geen rode draad.
De film en het verhaaltje
Zondagavond was ik naar de film*. Een film in de bioscoop bekijken heeft voor mij echt een meerwaarde dan het op tv bekijken. Thuis kan je door vanalles worden afgeleid en in een bioscoopzaal bestaat de buitenwereld even niet. De film, dat verhaal, de mensen erin: dat is het enige dat bestaat op dat moment.
Het nadeel van een bioscoop is, dat er meestal meer mensen zitten. Zolang zij hun mond houden, niet je beeld blokkeren of fanatiek chips of ander krakend voedsel eten, is dat geen probleem.
Gister zaten er op de twee stoelen voor mij een stelletje. Die vanaf het begin van de film heel knus met hun hoofden tegen elkaar zaten. Het vervelende voor mij was dat ik dus eerst naar hen keek, voordat mijn ogen bij het filmdoek terechtkwamen. Dus terwijl het verhaal in de film zich verder en verder ontspon, had ik een laag daarvoor een ander soort verhaaltje. Dat van het stelletje. Dat dus met de hoofden tegen elkaar begon. Op een gegeven moment gingen de hoofden los van elkaar. Daarna probeerde hij veelvuldig haar blik te vangen (in een donkere bioscoopzaal…succes) om haar vervolgens, mits het lukte, schaapachtig verliefd aankeek. En ineens was er een ommekeer aan hun kleffe houding. Haar hoofd hing zover mogelijk van hem af, en hij legde zijn hoofd op haar schouder (in een zeer geforceerde positie zo te zien). Na een paar seconden maakt zij een korte, edoch heftige beweging waardoor zijn hoofd geen andere optie had dan van haar schouder af te gaan. Zijn ogen keken vragend naar haar. Zij bleef naar het doek kijken. Even later legde hij zijn hoofd weer zo geforceerd op haar schouder.
De vriend waarmee ik naar de film was keek naar het stelletje voor ons en toen vragend naar mij en ik keek terug zo van ‘zij heeft er duidelijk geen behoefte aan, wat stom dat hij dat niet doorheeft en het nog een keer probeert’.
Zij deed luttele seconden later weer zo’n korte, edoch heftige beweging waardoor zijn hoofd wederom geen andere optie had dan terug overeind te gaan.
Vervolgens bleven ze beide rechtop zitten en langzaamaan werd het in de film ook spannender, dus waren hij, zij en ik vol overgave naar de film aan het kijken.
De film was afgelopen, de lichten gingen aan.
Wij keken gespannen, en hopelijk onopvallend, naar het stelletje voor ons om te ontdekken wat ze tegen elkaar zouden zeggen na deze diverse lichamelijke afwijzingen van haar kant. Tot onze verbazing hadden ze het zowaar over de film en dat terwijl wij er van overtuigd waren dat ze er niks van hadden gevolgd, druk als ze het met elkaar hadden.
Het was tijd om te gaan, de buitenwereld en de regen in.
De twee verhaaltjes waren afgelopen.
* The door in the floor. Ik vond het een mooie film, met mooie beelden, mooi gebracht. Ergens was het ook wel onsamenhangend. Maar alles bij elkaar: mooie film.
De drieling en Sinterklaas
De mensen die mij kennen, weten dat er veel mensen zijn die ik ken. Volgens mij is dat een combinatie van veel uitgaan, enorm nieuwsgierig zijn, goed gezichten kunnen onthouden, verbanden kunnen leggen en graag kletsen met mensen. Soms is dat fijn, soms vervelend, soms plezierig, soms vermoeiend, maar meestal is het gewoon zo.
Gisteren was er een speciale avond in de concertzaal, zo’n avond waar dan veel bekenden samenstromen. De avond werd een mooie mix van flauwekul-gesprekjes, dansen, kauwgombalbellen, en goede gesprekken (waarvan de meeste over de liefde of het gebrek eraan én veel over jezelf zijn en doen waar je goed in bent, maar dat terzijde).
De twee volgende mini-gesprekjes wilde ik, gezien de originele benadering, niet zomaar in de vergetelheid laten geraken.
(Trouwens, mijn geheugen doet zijn best, maar neemt u me vooral niet kwalijk als ik wellicht een of twee woorden verkeerd heb onthouden. Verder hebben ze gemeen dat er eerst ‘hoi, ook hier’ aan vooraf is gegaan.).
Hij 1: “Wat ga je morgen eigenlijk doen?”
Ik: “Zondag? Is er iets te doen dan?”
Hij 1: “Dat weet ik niet, maar ik zie jou bijna iedere dag en het zou toch raar als ik je ineens een dag niet zou zien.”
Ik: “Tsja, ik ben wel vaak overal. Maar jij ook natuurlijk, anders zou ik je niet zo vaak zien.”
Hij 1: “Maar toch… ben je niet stiekem een drieling?”
Ik: “Haha, verdorie, eindelijk heeft iemand me door!”
Hij 1: “Jaja, zie je wel, dat verklaart een hoop…”
Ik: “Een van ons 3-en is trouwens net iets langer, dus daar kan je in het vervolg op letten dan.”
Hij 1: “Haha.. En kennen ze me alledrie? Ik heb het idee van wel.”
Ik: “Yep, iedere avond praten we even bij wie we hebben leren kennen en met wie we gepraat hebben.”
Hij 2: “Ha, er ook weer op zo’n leuke avond?!”
Ik: “Tuurlijk”
Hij 2: “Je lijkt Sinterklaas wel, die is ook overal tegelijk!”
Standaardwelkomstgesprekje
Ooit heb ik mij voorgenomen om het standaardwelkomstgesprekje niet meer te voeren. Je weet wel, vragen hoe het met iemand gaat, maar geen tijd of puf hebben om naar het antwoord te luisteren. Zodat die ander geacht wordt te zeggen ‘het gaat goed met me’, ook al is dat helemaal niet zo. Als ik aan iemand vraag hoe het gaat, stel ik deze vraag echt en is het niet gewoon een begroeting.
Gisteravond was ik bij een vinylpresentatie. Coole muziek van een grotendeels lokaal elektronicacollectief/label, dus een hoop bekenden in de zaal.
Als ik ergens binnenkom, vooral als er een hoop bekenden, vrienden en bekende gezichten zijn, dan moet ik even acclimatiseren voordat ik er echt ben.
Ik was binnen, jas was net uit, mijn beslagen bril had ik nog in mijn hand en toen kwam ik een bekende tegen. Ik zie haar niet zo vaak, wel altijd leuk om haar te zien.
En toen volgde ‘hoi, hoe gaat het ermee’ ‘ok en met jou’ ‘ja ook ok’.
En ik merkte dat ik het had gevraagd, terwijl ik net binnen pas en dus niet genoeg rust in mijn lijf en leden had om daadwerkelijk naar het antwoord te luisteren. Ik zei ook tegen haar ‘nou, dat standaardgesprekje hebben we ook weer gehad, later hebben we het nog wel echt over’.
En later op de avond hebben we het er inderdaad over gehad. Hoe het gaat in haar leven en hoe het gaat in mijn leven. Met de ruimte en de aandacht om het er echt even over te hebben in plaats van het verplichte ‘oh het gaat ok met me’.
Als je een vraag stelt, moet je ook naar het antwoord willen luisteren, anders kan je de vraag net zo goed niet stellen.
Van de regen in de drup
Nog nadruipend van die enorm heftige regenbui die mij overviel terwijl ik rustig naar huis aan het fietsen was –steeds harder trouwens al mocht dat niet meer baten- vraag ik me weer eens wat af.
Het is namelijk zo dat ik er zelf bijna altijd uitzie zoals ik er uitzie. Het: “What you see is what you get”-principe. Mijn haren krijgen wel het een en ander erin soms, maar dat is meer om de suggestie van volume te wekken, niet om er een onverklaarbaar kunststukje van te maken. Heel soms doe ik zelfs mascara op, maar dat is niet zo vaak en niet zoveel, dus met zo’n exemplaar doe ik dan ook jaren. Als ik uitga of anderszins onder de mensen ben, trek ik niet mijn oudste kleren een en let ik heus wel eens op wat er leuk uitziet en of het een beetje bij elkaar past (al vind ik die knalrode sokken van mij altijd leuk, vooral omdat niemand ze eigenlijk ziet).
Maar goed, er zijn dus mensen, die doen dat anders. Die hebben een laagje bruin op hun gezicht. Eerst vloeibaar, dan poeder. Vervolgens op diverse plekken nog een of meer varianten uit het rijtje: rouge, eyeliner, lippenstift, oogschaduw, shimmer, mascara, oogpotlood. Hun haren zitten in een perfecte coupe en bewegen niet, al is het windkracht 10.
Terwijl ik hier dus nadruip, natte broek op de verwarming, oude joggingbroek om mijn benen en mijn haren met een frisse wet-look en mijn gezicht een beetje rood door de zojuist getrotseerde hagel, vraag ik me dus iets af.
Hoe zou zo’n gekapt en gestyled vrouwspersoon zo’n onverwachte regenbui doorstaan? Alle make-up –hoe duur of goed ook- gaat er uiteindelijk toch vanaf als het regent?
Of begeef ik me nu echt in een andere werkelijkheid en zitten dat soort mensen gewoon nooit op een fiets?
Of hebben zij een passend manspersoon die altijd een paraplu paraat heeft, want ‘stel je voor dat mijn vriendin nat wordt’?
En misschien schrikken dat soort mensen van elkaar als ze elkaar per ongeluk niet-opgedirkt tegenkomen..
Of sterker nog, herkennen ze elkaar niet eens..
Eenzijdig?
Zojuist besefte ik me ineens dat het commentaar wat ik krijg op en over mijn log wellicht erg eenzijdig is.
Een gedeelte lezers laat soms/ zo nu en dan/vaak een reactie achter waaruit ik kan aflezen dat ze het lezen en het iets bij ze oproept.
Een gedeelte lezers doet dat nooit, maar hij/zij mailt me om te schrijven dat hij/zij mijn log weleens/vaak/altijd leest en het leuk vindt.
Een gedeelte lezers laat geen reactie achter en mailt me niet, maar vertelt me bij een afgesproken/toevallige ontmoeting dat hij/zij mijn log leest en dat met plezier doet.
Dan heb je ook lezers die hier een keer/zelden/soms komen en het zo oninteressant vinden dat hij/zij hier nooit meer komt.
Dan heb je wellicht ook lezers die hier weleens/zelden/soms komen en het enorm stom vindt, maar het toch blijft lezen (uit irritatie, omdat ze zich verplicht voelen, omdat ze niks beters te doen hebben of d) iets anders).
De moraal van deze spinsel: ik krijg alleen de positieve reacties te horen.
Dat is uiteraard goed voor mijn moraal en mijn ego -dat op andere gebieden alleen maar afwijzingen blijkt te krijgen- dus ik klaag er nier over verder.
Maar wel eenzijdig waarschijnlijk.
Tenzij iedereen die hier weleens leest het leuk genoeg vindt om te blijven komen natuurlijk.
Voor mijn eigen ego ga ik daar maar vanuit dan, tot het tegendeel is bewezen :)
Ook goeiemorge
Al toen ik vrij laat ging slapen gisteren, bandjes van bekenden kijken kan niet gemist worden natuurlijk, wist ik dat het een moeizame ochtend zou worden. Die befaamde 8 uur slaap zou ik niet redden. Gelukkig had ik vannacht het lumineuze idee om eens voor het slapen te gaan te douchen in plaat van in de ochtend, dat leverde me toch weer 10 minuutjes later opstaan op.
Na een suffe droom over iets in een bloemenwinkel (de rest maar weer eens vergeten) ging de wekker.
Lang leve de 10-minuten-knop. Ai, daar ging ie weer. Nog een keer lange leve de 10-minuten-knop. (die op mijn wekkerradio trouwens feitelijk een 9-minuten-knop is, maar dat terzijde). Weer kwam het top 40-gebral mijn slaapkamer binnen en deze keer besloot ik om snel overeind te komen voor ik echt weer diep in slaap zou vallen.
Gelukkig doe ik niet aan make-up en haren uitvoerig föhnen dus binnen een kwartier was ik aangekleed en had ik zelfs boterhammen gesmeerd en in een zakje gedaan.
Op de fiets bleek het net irritant hard genoeg te regenen en de ochtendspits (waar ik als fietser grotendeels niks mee te maken heb gelukkig) was er nog, ik was klaarblijkelijk niet de enige die ergens te laat ging komen.
Niet eens echt te laat schoof ik achter een computer, in het benauwende kantoor waar ik sinds kort 2 dagen in de week actief op zoek ga naar werk.
Om de teneergeslagen, lapzwanserige, ongemotiveerde en luid geeuwende medemens (95% van de aanwezigen althans) niet tot mijn onverwoestbare enthousiasme (*kuch*) door te laten dringen, zette ik snel mijn koptelefoontje op: lange leve muziek luisteren via 3voor12!
De ochtend is voorbij, ik heb weer druk gebeld voor informatie en een paar bruisende sollicitatiebrieven geschreven. Op een dag ziet een leuke organisatie vast wel in dat ik echt degene ben die ze zoeken.
Maar nu is het tijd om de buitenwereld en het weekend in te gaan.
En later zal ik hier vast hard om kunnen lachen allemaal.
Weet je wat, ik begin er gewoon meteen vast mee. Je bent een optimist of je bent het niet nietwaar.
Een heuse gedachtenspinsel
Ooit heb ik mezelf voorgenomen dat ik mijn leven zo leuk mogelijk wil doorbrengen en ik besefte me toen niet hoe moeilijk het eigenlijk is om dat waar te maken.
Ik heb een brede smaak, vind bijna alles leuk wat er aan leuke dingen te doen valt, vermaak me op de meeste plekken en kan geen keuzes maken.
Geweldig handige combinatie is dat.
Zo zijn er in een gemiddeld weekend 5 dingen te doen waar ik naartoe zou willen. En dan bedoel ik alleen de avonden, in de categorie: concert, dance en anders. Wat ik uiteindelijk ga doen, daar is meestal al wat denkwerk aan vooraf gegaan. En het lot werkt ook wat mee. En mijn gebrek aan geld.
Hoeveel gaat me dat kosten? Wat lijkt me het leukste? En gaan daar vrienden of bekenden mee naartoe?
De ene keer kies ik voor de plek met ‘de wel leuke muziek’ maar waar de meeste vrienden zullen zijn, een andere keer voor de ultieme muziek om op te dansen en minder vrienden (helaas komt dat niet vaak samen, maar daar kom ik nog een keer op terug).
Gelukkig ben ik ook ooit tot de conclusie gekomen dat ik nu eenmaal niet overal tegelijk kan zijn en als ik ergens ben, dat ik het dan daar naar mijn zin ga hebben en niet de hele avond moet denken ‘verdorie, daar is het vast ook leuk’. Dat lukt me gelukkig bijna altijd aardig.
Dit gebrek aan keuzes kunnen maken, zet zich in mijn hele leven voort. Er zijn zoveel opties altijd en helaas kan het per dag verschillen waar ik het meeste waarde aan hecht.
“Ik ga minder buiten de deur doen en vaker de tijd nemen om thuis te zijn en zo meer tijd voor mezelf alleen te hebben, goed voor de rust in mijn hoofd.”
“Thuis zitten kan ik altijd nog doen, deze week is er vanalles te doen en ik ga het allemaal doen! Naar de film, jamsessie, concert en avond vol leuke dance-bliepjes!”
Daarnaast ben ik er ook nog niet uit welk werk ik nou echt graag zou willen doen en wat ik eigenlijk het belangrijkste vind in mijn leven.
Dwalend, zoekend, twijfelend, richtingloos, aanrommelend.
Wat een luxeprobleem eigenlijk. Ik kan kiezen uit allemaal leuke dingen, vrienden, bezigheden en leuke mensen om me heen. Maar luxe of niet, het blijft soms wel een probleem.
Eigenlijk wilde ik schrijven over dat de tijd zo vliegt trouwens, maar ineens kwam dit uit mijn vingers. Maar de tijd vliegt ondertussen gewoon door. Toevallig.
Droomwereld
Soms heb je zo’n intense droom, dat je er nog steeds een beetje in zit op het moment dat je wakker wordt. De mensen die er in voorkwamen, de plekken de sfeer: je voelt het allemaal nog in je lichaam. Dat kan uren blijven hangen.
Heel verwarrend kan dat zijn, vooral als je droomt dat je het grootste deel van die droom met iemand doorbracht die je in het echte leven niet echt kent, alleen van gezicht.
Zonder dat diegene het weet, heb jij het idee dat je die ander beter hebt leren kennen.
Maar het was slechts een droom.
Zomaar een gedachte
Een baan of de liefde vinden hebben minstens 1 ding gemeen: je kan het niet afdwingen.
Dat zou wel kunnen theoretisch, maar uiteindelijk val je dan bij beide door de mand denk ik zo.
Meeste sterfgevallen in januari
Dat is het eerste nieuwskopje dat ik lees vandaag. Al een tijdje wakker, computer net aan, even bijblijven wat betreft de rest van de wereld en dan lees je zoiets.
En ik vraag me af waarom dat nieuws is. En wat de mensheid er aan heeft om dit te weten. Moeten de ouderen en zwakkeren maar vast hun testament klaarmaken voor januari? En de rest van dit jaar besteden aan de dingen ‘die ze nog willen doen voordat ze doodgaan’.
Raar nieuws waar je niks mee kan, ik ga snel maar weer wat leuks bekijken.
Tijd om van de buis te halen..
Na ongeveer 1001 keer het Postbus 51-spotje te hebben gezien waarin die ene weerman vertelt dat Nederland 'werkt aan water', zodat al het regenwater ergens heen kan, weet ik het wel.
Jaarlijks terugkerende ergernis
Buiten is het koud. Het vriest. Je hebt een warme jas aan en verder het volledige wintergerei: muts, das en wanten. Zo loop je naar de stad. Het is best behaaglijk in je warme outfit. Dan stap je de V&D binnen en daar is het warm, gruwelijk warm!
Schijnbaar vinden ze het altijd nodig om er een tropische sfeer neer te willen zetten.
Maar daar zit jij helemaal niet op te wachten, met je winterjas, muts, das en wanten om je lichaam heen.
Dus voordat het gaat vriezen ga ik nog een keer naar de V&D, om te kijken wat ik daar nog nodig heb. En dan moeten ze het een paar maanden zonder mij stellen. Tot de koude winter voorbij is en ik er weer veilig naar binnen kan.
Zo'n zaterdag
Vanmiddag mijn dag begonnen in het oudste café van de stad, ondertussen een krantje lezend. Aan de overkant van de tafel zat een vriend, met een andere krant. Thee en tosti erbij. En naar aanleiding van artikelen, daaruit volgende gedachten en gesprekken en de korte kletspraatjes met de –ons bekende- barjongedame kwamen er allerlei verhalen en vragen los.
Een vrouw die in een lift opgesloten zat en pas na 4 dagen gevonden werd (onderkoeld en uitgedroogd).
Ik vroeg me af hoelang het zou duren voordat ik gemist zou worden als er iets zou gebeuren met me. Wanneer gaat het van ‘goh, wat raar dat ze de hele dag d’r telefoon niet opneemt’ tot ‘help, volgens mij klopt er iets niet, ik haal de politie erbij!’.
(Vraag me nu ineens af waarom die vrouw in de lift eigenlijk geen telefoon bij zich had. Dan was het hele probleem een kleiner probleem geweest.)
Live Aid. Dat niet in 1983 was, maar in 1985. (de ondertitel had een andere mening dan de loeigrote banners boven het podium die op de foto te zien waren). Ik weet nog dat het een zonnige dag was en dat mijn ouders onze tv buiten hadden neergezet, omdat ze niks wilde missen van deze bijzondere happening.
Hoe vreemd de combinatie warme chocomel met slagroom eigenlijk is. Want 99% van de mensen gaat fanatiek aan de slag om zo snel mogelijk de slagroom eruit te lepelen en te verorberen. Waarom nemen we eigenlijk de moeite om de slagroom eerst in de chocomel te doen?
Later naar huis lopend, bedacht ik me hoe leuk het toch is om gedachten te hebben.
En vrienden.
En bekenden.
En mensen.
En de mogelijkheid om te kunnen communiceren.
En dat mijn zaterdag in ieder geval goed begonnen was.
Geheugengymnastiek
Het wordt kouder en donkerder en dus worden de thuisactiviteiten weer in ere hersteld.
Deze activiteiten stonden de afgelopen dagen helemaal in het teken van muziek en melancholie. Zo heb ik een stapel oude cassettebandjes uit een afgelegen la gevist en steeds –stukjes van- kant A en kant B beluistert.
En nu staat er een cd aan die ik kocht toen ik ongeveer 15 was. Turn up the Bass, zo’n mix-cd met allemaal coole liedjes van dat moment, kunstig na en door elkaar gemixt.
Die cassettebandjes.. Met het papieren exemplaar van De Top 40 in de hand eerst het gewenste liedje van de radio op de bandrecorder opnemen en daarna overzetten op bandje. De kunst was om zo min mogelijk ‘nummerrrrr één.. één..één’ en ‘klapperrrrr van de week’ op het uiteindelijke cassettebandje te krijgen.
In de tijd van die bandjes zat ik op de middelbare school. Het typische is, dat ik me echt bijna niks meer kan herinneren van al die feiten die er tijdens biologie, aardrijkskunde, geschiedenis of scheikunde aan me werden geleerd.
Maar ik weet nog wel steeds wanneer er wat komt op al die bandjes en cd’s. Iedere ‘yeah’, ‘pump that body’ of uitblinkend bliepje kan ik tot op de dag van vandaag nog steeds tot op de seconde na op het goede moment meezingen.
Voor de verdere melancholie ga ik vanavond ook nog eens hier naartoe :)
Visitekaartje
Om mijn arbeidskansen te vergroten ging ik me bij nog maar een uitzendbureau inschrijven. Al mijn papieren bij me. Op mijn netst aangekleed. En uiteraard tussen mijn lip en kin in mijn, een overigens bescheiden bolletje, piercing.
En toen ik daar zo zat, netjes op mijn stoel tegenover die, overigens aardige, meneer die mijn gegevens intypte, kwam de volgende dialoog op gang:
“Ik zie dat je een piercing hebt, ben je bereid om die uit te doen voor een baan?”
“Nee.”
“Ok, dan zet ik dat erbij, want dan vallen er een aantal banen weg namelijk.”
“Ja, dat dacht ik al.”
“Ik begrijp het wel hoor, maar ik vraag het altijd even.”
“Ik wist dat deze vraag een keer zou komen en heb er dus al vaker over nagedacht, maar met of zonder deze piercing: de representatieve persoon die ze dan voor ogen hebben, dat ben ik zoiezo niet.”
“Maakt verder niet uit hoor, het is een keuze inderdaad. Maar in sommige functies zoeken ze een visitekaartje voor een bedrijf en daar zou je dan niet op je plek zitten.”
Ik ben niemands visitekaartje.
En dat vind ik helemaal niet erg. Stiekem ben ik daar zelfs een beetje blij om.
In de categorie:
"Heeft iemand zo’n ding en waarom bestaat het eigenlijk?"
Huispak.
Tring
Stel je voor: je leven is leuk, je vermaakt je goed, hebt een dak boven je hoofd, vrienden om je heen, schoenen aan je voeten, eten in je koelkast, doet leuke dingen in je vrije tijd.
En dan ineens zie je een gemiste oproep in je telefoon.
Een nummer dat je niet herkent.
En je hart begint sneller te kloppen.
Wie zou het zijn? Komt een speurende jobhunter me die geweldige baan aanbieden? Heeft een leuke jongen me getraceerd? Ben ik ontdekt door een figurantenbureau? Heb ik een vette prijs gewonnen?
Alles lijkt ineens mogelijk, je leven neemt een verrassende wending, wat een sensatie!
Tot je het nummer terugbelt en het je buurman/collega/vriendin blijkt te zijn. Gebeld vanaf een ander nummer.
Over tot de orde van de dag.
In de categorie..
"Het zijn de kleine dingen die ervoor zorgen dat de tijd voorbijvliegt":
Gooi je volle bekertje warme chocomel over je toetsenbord heen. Staat garant voor ongeveer een kwartier fanatiek schoonmaken met doekje en tissues.
Bijkomend nadeel: alles blijft plakken.
Bijkomend voordeel: het ruikt naar chocola.
Gelukkig was het trouwens niet mijn eigen computer, maar een in een ruimte waar meerdere computers staan.
Brrrr
Vanochtend was een van die zeldzame ochtenden in de week dat ik vroeg op moest staan.
Vroeg is relatief, voor mij houdt dat in dat ik tegelijk met het grootste deel van de werkende medemens op straat ben. Daar is het dan ook enorm druk met enkele fietsers maar voornamelijk automobilisten die vooral veel stilstaan, vertraagd door stoplichten, wegwerkzaamheden en elkaar.
Deze ochtend viel het me al vrij snel op dat het erg koud was. Eigenlijk alweer tijd voor dassen, mutsen en handschoenen. Nu stel ik de winter zo lang mogelijk uit, dus deze attributen probeer ik zo lang mogelijk thuis te laten. De das had ik wel al om, de handen werden verwarmd door de uiteindes van mijn mouwen.
Ongeveer een jaar geleden was ik samen met een vriendin een paar maanden op reis. Een van de bezochte landen was Mongolië en we hadden er niet zo goed bij stilgestaan dat de winter daar volop aan het beginnen was terwijl wij daar waren. Gelukkig kan je veel lagen kleren over elkaar aantrekken en zo kregen we het toch best warm.
Een van de avonden dat we, tijdens onze tiendaagse trip door onder andere de Gobi-woestijn, vol goede moed in ons warm bedoelde slaapzakje kropen, vonden we het toch best wel koud. Draaien, woelen, blijven bewegen, jezelf zo klein mogelijk vouwen, je slaapzak zo goed aansnoeren dat je neus ook wat warmte krijgt: het mocht allemaal niet baten.
Het was gewoon koud. Veel te koud om in slaap te vallen. Maar er was nergens een plek om warmer te worden, dus in die slaapzak was nog de beste optie.
Ergens in die nacht zijn we beiden dan toch in slaap gevallen, want we werden wakker ’s ochtend. Het was nog steeds koud. Toen we onze vele lagen kleren hadden aangetrokken en de tent uit waren gekropen, bleek het gevroren te hebben die nacht.
Kamperen is leuk. En kou kan ook leuk zijn, maar dan vooral in de categorie ‘lekker buiten door de kou struinen en daarna binnen opwarmen, met sloffen aan, voeten op de verwarming en warme chocomel in je handen’.
Kou en kamperen samen is niet grappig.
Terwijl ik gedurende de dag langzaam warmer werd (onze oude bus nam ook de tijd om warm te worden) had ik een mezelf voorgenomen om nooit meer te kamperen als het vriest. En we hadden ons bedacht dat deze avond in ieder geval voor een mooi verhaal zorgt (je moet echt wat positiefs zien te bedenken terwijl je voelt of je vingers er nog aan zitten),
Vanochtend zat ik dus op de fiets. En het was best koud. Maar zoals ik mezelf die ochtend, ongeveer een jaar geleden had voorgenomen te denken als ik in Nederland zou vinden ik het koud had:
“Koud, koud, in Mongolië in een tent slapen als het vriest, dat is pas koud!.”
Jij en je idealen
Een weekend vol idealen en indrukken.
Ter gelegenheid van het 20-jarige krakerbestaan van een kraakpand waar volop bedrijvigheid heerst, was er dit weekend veel te doen daar. Lekker gegeten, goede gesprekken gevoerd, filmpjes gezien die je aan het denken zetten, bandjes geluisterd waar je stil van wordt, liedjes gehoord en daarbij uit je dak gegaan.
Dat was gisteren.
Vanavond was ik er weer. En na het eten en voor de tweede lichting filmpjes van dat weekend hoorden we het nieuws dat er een actievoerder was doodgereden door een trein vol kernafval tijdens een protestactie.
Mijn innerlijke vraagstuk over idealisme kreeg allerlei nieuwe indrukken.
Waarom gaat de ene persoon tot het eind voor zijn idealen en waarom bekommert de andere persoon zich om niemand anders dan hemzelf?
De meerderheid van de bevolking denkt alleen aan zichzelf en doet geen pogingen om andere mensen en levensomstandigheden te begrijpen.
Een klein gedeelte van de bevolking denkt verder dan zichzelf. Denkt aan anderen, aan de wereld en de gevolgen van bepaalde acties en besluiten. En komt tot actie, laat een stem horen.
Een groot gedeelte zweeft er ergens tussenin.
De wereld zou echt een betere plek zijn als iedereen zich op zijn minst een beetje in zou zetten voor anderen.
Als mensen de tijd durven en kunnen nemen om soms stil te staan, in deze steeds jachtiger wordende wereld.
Muziek dus
Soms heb je zo’n bui en dan ben je op zoek naar een liedje dat er precies bijpast.. Je gaat door je collectie (in mijn geval: cd’s, cassettebandjes en mp3-bestanden) en zoekt en wikt en weegt. Nee, dit is het net niet. Mooi, maar te sloom. Heel energiek, maar niet voor in de stemming.
Al die liedjes zie je voorbijkomen en ondertussen spelen ze zich in je hoofd af. En soms kan je dan niet kiezen.
Sommige soorten muziek zijn leuk om te horen voordat je ergens gaat dansen, maar als je het op een dinsdagavond hoort voordat je gaat slapen, wordt je er bijna chagrijnig van, omdat je dan geen zin meer hebt om te gaan slapen, maar wel om te dansen.
Muziek om naar te luisteren, muziek om volledig in op te gaan, muziek om dronken met een hoop anderen te beluisteren, muziek om op heen en weer te stuiteren, muziek waarvan je maag gaat kriebelen, muziek waar je gelukkig van wordt, muziek waar je triest van wordt, muziek die mooie herinneringen oproept.
Muziek die iets met je doet.
Muziek is gevoel.
Logisch dat mensen verschillende smaken hebben.
Al snap ik dan niet altijd de smaak.. (Wie luistert er nou voor zijn lol naar Shania Twain of R. Kelly bijvoorbeeld, maar goed, het is een smaak).
Maar wat ik nog minder snap is als mensen helemaal geen muzieksmaak hebben.
Die thuis 11 cd’s hebben en de helft daarvan gekregen hebben.
Altijd naar de radio luisteren, ‘als er maar geluid uit komt’.
Volgens mij missen die mensen een gen in hun lichaam.
Toevallig
Er is een mening die zegt dat het slecht is voor je sociale contacten om een hele avond achter je computer te hangen.
Vanavond was zo’n avond dat ik achter de wondere wereld van mijn weblog aan de gang ging en dus uren achter mijn computer heb gezeten.
Niet veel wijzer geworden trouwens. En mijn ogen zijn wel een beetje moe nu.
Maar ik heb vele mooie muziek (her)ontdekt.
Mijn sociale contacten via de mail bijgewerkt.
Allemaal leuke concerten en dance-avonden gezien waar ik naartoe wil gaan.
En lang gepraat via MSN met een ‘lang-niet-gezien-hoe-gaat-het-ermee’-jongen uit Den Bosch.
Toch beter voor je sociale leven dan achter de tv hangen lijkt me zo.
..tuut..
Ego
Ik ben niet de enige op deze wereld. Dat vind ik ook niet erg. Sterker nog, als ik nooit mensen om me heen zou hebben, zou ik vanzelf wegkwijnen. Die interactie met mensen heb ik nodig.
Dat wil niet zeggen dat ik het altijd leuk vind om geconfronteerd te worden met de mensen om me heen.
Zoals gisterenavond, als de stomme schuinonderbuurvrouw weer eens op een ‘dit is een mooi moment om te slapen, ik moet morgen vroeg op’-moment haar muziek zo hard zet, dat jij het hoort. Stomme muziek –ook dat nog- en je kan de tekst letterlijk meezingen in je eigen woonkamertje.
Stopt u maar.
En vandaag heb ik mijn best gedaan om me niet af te laten leiden door de man die uren aan het fluiten was. En dat in een ruimte waar ondertussen tientallen mensen achter computer, papier of krant zaten, onderwijl bezig om die passende baan te vinden of die geweldige sollicitatiebrief te schrijven.
Stopt u maar.
Ik kies voor de sociaal ongepaste versie en ga tussen deze mensen in met een koptelefoon op –lang leve muziek luisteren via 3voor12- mijn eigen wereldje in.
Fijn hoor, om je terug te kunnen trekken in dat eigen wereldje.
Als zij dat nou ook zouden doen…
Tja
Vandaag was ik de hele dag druk bezig om verhuizende vrienden te helpen in hun nieuwe onderkomen. Voor het eerst in mijn leven een schuurmachine gehanteerd, voelde me op en top klusvrouw!
En ondertussen is Amerika naar de stembus geweest.
Om bij te blijven lees ik net het minuut-tot-minuut-schema door op de site van de NOS.
Wat me vooral opvalt is dat het niet veel scheelt allemaal.
Wat ik raar vind, is dat de kandidaten per district kunnen winnen of verliezen.
En wie als eindtotaal het meeste kiesmannen heeft, is de winnaar.
Het land is ook gewoon veel te groot om door 1 president geleid te kunnen worden. Het land zou eigenlijk opgedeeld moeten worden. Of 2 presidenten en dat degene die de meeste stemmen krijgt in een bepaalde staat, ook daar de dienst uitmaakt.
Maar zo werkt het natuurlijk niet.
Amerika heeft gekozen, zoals het er nu uitziet zal Bush weer winnen.
Volgens mijn onprofessionele, maar persoonlijke mening is wereld toch allang gek geworden, dus dit kan er ook nog wel bij…
Spinsel
Het enge van zeggen dat je ergens goed in bent, is dat je dat ook moet waarmaken. Dan schep je verwachtingen.
Het is veiliger om te zeggen dat je niks kan, dan valt alles wat je wel presteert 100% mee namelijk.
Rare mensen ook altijd
Ik kroop achter mijn computer om een stukje te schrijven over het feit dat ik het zo stom vind dat Katja Schuurman de voor- en achterkant van de nieuwe Gouden Gids in beslag neemt.
Meteen word ik overstelpt met mensen die via MSN met me gaan praten.
“Heb je het al gehoord?”
“Ehm, nee, wat?”
“Theo van Gogh is doodgeschoten.”
“… “
Het nieuws is vers, alle feiten en conclusies moeten nog worden vastgesteld.
Het doodschieten van mensen vind ik zoiezo eng, vreemd en veel te ver gaan.
Maar mensen doen het.
Uit wraak. Om een statement te maken. Gewoon, omdat ze er zin in hebben. In opdracht van iemand anders. Omdat de enige mogelijke oplossing voor een probleem lijkt.
En daar heb ik gewoon geen woorden voor.
Beeld in je hoofd
Hoe banaal is het om een hele straat door te lopen met een bananenschil in je hand.
De mens die, zoals netjes aangeleerd, zoekt naar een prullenbak om afval in te gooien (in plaats van de opkomende variant ‘op straat gooien’) overkomt dit soort dingen.
En terwijl je daar loopt, komen er allemaal films, cartoons en grapjes bij je naar boven waar een zelfde soort bananenschil een grote rol speelt.
En ongewild voel je je ineens een figuur uit een zwart-witte slapstickfilm.
De passant die er voor zorgt dat er iemand valt (heel grappig uiteraard en zonder pijn), zodat de wereld er smakelijk om kan lachen.
Hoezo valt er niks te lachen op een maandag.
De humor ligt nog steeds op straat.
