Can you feel it

Mensen hebben gevoelens. Die zijn soms zo sterk dat ze rare sprongen maken en niet meer zo goed nadenken.

En zo gebeurt het dat een bekende bijna aan het einde van een uitgaansavond van plan is om nog even te gaan kijken bij een feestje en vraagt of ik mee wil. Ja, leuk, gezellig. Net als we aanstalten maken om te gaan, staat hij oog in oog met het meisje dat hij leuk vindt. Of zij hem. Misschien wel allebei. In ieder geval zit er een spanning tussen hem en haar. Er is iets tussen hen. En het is duidelijk voor jou dat zij niet wilt dat hij weggaat. Niet daarheen. Niet zonder haar. Of niet met mij. Iets is er waardoor zij stil staan en gaan praten.
Ik sta er bij en voel me ineens in de weg staan. Gelukkig komt er een reddend engeltje voorbij waar ik mijn aandacht op kan richten. Waar ik even mee gaat zitten, een stukje verderop. Zodat ik wel in de buurt ben.
Met een schuin oog zie je hem en haar praten, er wordt een knuffel gegeven, meer gepraat.
En dan gaat zij terug naar binnen en hij gaat weg.

Ik begrijp dat mensen gevoelens hebben waardoor plannen ineens kunnen veranderen. Dat je op je gevoel moet afgaan. Dat een gevoel of een bui soms zo sterk aanwezig is dat de rest er even niet meer toe doet.

Alleen jammer soms dat door het volgen van je eigen gevoelens, anderen ook beïnvloed worden.
Door hun gevoelens werd de situatie voor mij ook ineens anders.
Ik werd leuk mee naar een feestje gevraagd en ineens was ik helemaal buiten beeld.
Onbelangrijk en vergeten.

Dat krijg je met mensen en hun gevoelens.



Ken ik jou niet ergens van?

Als je heel goed bent in gezichten onthouden, overkomt het je regelmatig dat je een gezicht ziet dat je bekend voorkomt, maar wat je niet kan plaatsen.
Gister kwam ik tijdens het uitgaan ook zo’n gezicht tegen.
Had ik ooit met hem gepraat?
Achter hem in de rij bij een kassa gestaan?
Ken ik vrienden van hem?
Of is hij gewoon zo’n gezicht dat je kent, maar niet de persoon zelf?
Daar sta je dan. En je kijkt naar hem. Fronsend. Niet te veel, want dan lijkt het net alsof je iets van hem wilt.
Je staat op het punt om naar hem toe te lopen en te zeggen ‘he, ken ik jou ergens van?’. Dat doe je toch maar niet, omdat deze zin zo veelvuldig is gebruikt door mensen die er hele andere dingen mee bedoelden dat het net lijkt alsof jij dat er ook mee bedoelt.
De avond is voorbij en ik weet het nog steeds niet.
Dat is dan weer zo’n nadeel van goed zijn in gezichten onthouden.



Zoek en gij zult vinden?


Ik doe mijn best.
Echt waar.
Maar het moment is ondertussen aangebroken dat ik het niet leuk meer vind.
Mijn zelfvertrouwen loopt steeds meer deukjes op. Het worden bijna grote deuken. Steeds meer ook.

In het begin van mijn zoektocht maakte het me minder uit. Ik was vol goede moed en had allerlei plannen en ideeën om die eindeloze vrije tijd op te vullen. Die plannen heb ik ook vol plezier uitgevoerd. En ook mijn sociale leven werd groter en gevulder. Ondertussen blijven zoeken en reageren. En zo kroop de tijd langzaam maar gestaag voorbij. Met een economie die heel langzaam beter werd. En de vooruitzichten dus schijnbaar ook.

En nu heb ik het gehad.
Ik wil weer betaald werken in plaats van al mijn tijd te besteden aan vrijwilligerswerk en mijn sociale leven. En weer eens meer geld hebben dan alleen het broodnodige.
Eindelijk weer eens een brief terugkrijgen waarin staat ‘u wordt dan en dan voor een gesprek uitgenodigd’ in plaats van ‘uit de vele reacties die we hebben ontvangen, hebben we gekozen voor anderen die meer aansluiten op onze eisen’.

Geef me moed, of geef me een baan voordat ik er zelf van overtuigd raak dat ik nergens geschikt voor ben.

Daar ben ik namelijk eigenlijk veel te optimistisch voor.
Echt waar.



Foto

Tijdens een bezoekje aan mijn ouders, gingen mijn zus en ik kijken naar foto’s van vroeger. Nu kijk ik best vaak naar oude en minder oude foto’s, maar deze keer was er zowaar een heuse aanleiding: ze was iemand tegengekomen die haar kende van de basisschool en zij kon zich hem helemaal niet meer herinneren.

Nadat de betreffende persoon op een paar klassenfoto’s geïdentificeerd was (met behulp van onze moeder, zij weet altijd ook de voor- en achternamen van de gezichten die wij nog kennen), bladerden we verder in het album.

En daar zat een van onze geliefde jeugdfoto’s.
Zij was een jaar of 4, ik een jaar of 3.
We zitten daar, gezellig keuvelend, in ons eigen wereldje, saampjes onder de tafel.

En ik vroeg me ineens af waar we het eigenlijk over hadden…
Onze ouders? Crèchegenoten? Onze kijk op het leven? De kat van de buren? Favoriete voorleesboeken?

Tussen dat tafelmoment en nu zijn we vele zussen-fases doorgelopen. Ruzietjes, voor elkaar opkomen, elkaar negeren in gezelschap van anderen, onbegrip naar elkaar toe, samen geheimpjes hebben, lachen, huilen, elkaar iedere week zien, geen idee hebben wat de ander bezighoudt, de ander missen als een van ons op reis was.

Vreemde wezens, zussen. Maar wel fijn ook.

Ik denk trouwens dat we het daar ook over hadden, toen we onder die tafel zaten.



Your vote please.

En net als je denkt dat je toch eens wat minder tv moet kijken, val je op een van de Belgische zenders in het begin van een documentaire.

“Journeys with George”, gemaakt door de democratisch gezinde journaliste Alexandra Pelosi. Een jaar lang maakt ze deel uit van zijn meereizende journalisten tijdens zijn campagne door heel Amerika (we schrijven 2000).

F a s c i n e r e n d !

Deze documentaire laat vooral deze wereld achter George W. Bush zien. Hoe dat campagnevoeren werkt. Hoe tientallen journalisten en fotografen dus een jaar lang met hem, zijn vrouw en een aantal Bush-regelaars door heel Amerika reizen.

Ze reizen gezamenlijk van toespraak naar toespraak. Met zijn allen in een vliegtuig of een touringcar. Grapjes maken. Broodjes kalkoen eten. Pratend over hoe raar het is om in zo’n Bush-luchtbel te leven eigenlijk. Verjaardagen worden gevierd, met een taart met de naam van de jarige erop. Ze gaan met zijn allen eten op de ranch van Bush en zijn familie. En verder naar een volgende toespraak, weer dezelfde woorden.

Het was raar om Bush te zien en horen praten, grapjes hoorde maken, broodjes zag eten. Zo anders dan een statisch portret in een krant.

Mensen zijn vreemd.
Politici zijn raar.
Amerika is bizar.
En media in het algemeen is discutabel.



Wat de boer niet kent..


Een paar jongens kijken hongerig om zich heen om te kijken waar ze hun honger zullen stillen.
“Hier zit iets: falafel vegetarisch staat er op het raam.”
“Oh, wat voor vlees zit daar in dan?”
“…"



Amen

In een krant vernam ik het nieuws dat de nieuwste bijbelvertaling ‘heel anders is dan alle vorige’. Schijnbaar zijn er al vele vertalingen geweest en dat vind ik best vreemd, want hoe vaak kan je iets vertalen. Eens vertaald, altijd vertaald lijkt mij zo.

Het woord kribbe is vervangen door voederbak, omdat niemand het woord kribbe tegenwoordig nog gebruikt (nu gebruik ik persoonlijk het woord voederbak ook nooit).

En de herberg is vervangen door nachtverblijf in de stad.

Ik heb in het algemeen zo mijn eigen meningen over de bijbel en de inhoud, maar deze allernieuwste vertaling begrijp ik niet.

Het is toch juist een oud verhaal dat zich pak ‘m beet 2000 jaar geleden afspeelt? En in die tijd gebruikten ze nou eenmaal andere woorden dan nu.
Als ze nu het hele verhaal gaan moderniseren, dan lijkt het net alsof het helemaal geen klassiek oud verhaal is.
Dan lijkt het eigenlijk net alsof ze maar wat hebben verzonnen.



Beware..

Al klikkend op links van andere sites, kwam ik op deze pagina. Waar je zelf een naam en een uiterlijk kan uitkiezen voor een cyborg.
Dat doet me niet zoveel, maar het werd ineens leuk toen bleek dat de site een leuke -ehm.. het tegenovergestelde woord voor afkorting zoek ik hier- bedenkt met jouw gekozen naam!

Ziehier mijn resultaat:
K.A.T.Y.O.: Kinetic Android Trained for Yelling and Observation

Aangezien het niet echt mijn interessegebied is, heb ik eigenlijk niet echt een duidelijk beeld bij wat een cyborg doet. Wereldvrede in stand houden? Of juist de menschen uitroeien?

In ieder geval, K.A.T.Y.O levert vol goede moed haar bijdrage.
Iedere strijd kan gewonnen worden met een cyborg die goed kan observeren en schreeuwen, nietwaar…



Alleen is ook maar alleen

Wanneer noem je iemand een vriend?
Het leven groeit en gaat verder en jij als het goed is ook. Goede vriendinnetjes van de lagere school zie je nooit meer en een vage bekende die je weleens tegenkwam, daar spreek je de laatste tijd weleens mee af.

Gisteravond bevond ik mij tijdens een concert met een vriendin van een ex-vriendje en een vriend van een voormalige vriend van me (waar het contact mee verwaterd is en die nu is afgezakt naar de categorie: goede bekende. Even goede vrienden als we elkaar zien overigens.).
Dolle pret met mensen die elkaar alleen via-via kenden eigenlijk. Mooi is dat.

Eerdergenoemde ex was er ook en ex-en blijven altijd een categorie apart: een bepaalde tijd van je leven deel je alles en soms meer met elkaar, dan is dat over (ineens of sluimerend). Vervolgens heb je of ruzie of niet. In het geval van niet blijf je tegen elkaar praten als je elkaar tegenkomt. Soms heb je nog steeds veel te melden, soms niet zoveel meer. En in een peinzende bui vraag je jezelf weleens af hoe maf het eigenlijk werkt: dat je in een bepaalde periode alles en meer met elkaar deelt en in een volgende periode is dat beperkt tot ditjes en datjes.

Zo werkt het ook met vrienden. Goede vrienden, daar deel je het meeste mee. Vaak is er een die erboven uitspringt, daar ben je het meeste mee verbonden, voor een korte of langere periode. Zo is er een vriendin die, alweer een hele tijd geleden toch wel, na samenwonen ineens vrijgezel werd. Dat resulteerde in het vaak zien van elkaar. Veel delen en aangezien er geen ‘wederhelft’ was, groeide het zo dat ik als goede vriendin het ‘reserve-vriendje’ werd en meeging naar feestjes enzo, waar anders een vriendje met haar mee naartoe zou zijn gegaan. Het leven ging verder, zij kreeg weer een nieuw vriendje en vandaag besefte ik me dat ik die status van ‘reserve-vriendje’ alweer ontgroeid was. Niet vreemd, niet vervelend, zo is de natuurlijke gang van zaken.

Vele mensen om je heen, en even zovele vrienden, kennissen, vage bekenden, hoi-relaties en alles wat daar tussen in zit.



Dit zet me aan het denken..

De staatsloterijshow geeft met Oud en Nieuw ‘een niet eerder vertoonde prijs in de Nederlandse Geschiedenis’ weg.
Van 20 miljoen euro belastingvrij.
Twintig miljoen euro.
20.000.000 euro
Dat is veel geld. Heel veel geld.
Iemand die deze prijs wint, wordt waarschijnlijk in een keer zo gek, dat ie niet weet wat ie met het geld en zichzelf aanmoet.
Op dit moment wonen er ongeveer 16.284.418 inwoners in Nederland. Dat zijn alleen de geregistreerde inwoners. Laten we dat voor de afronding (illegalen en nog niet geregistreerde asielzoekers zijn bv niet meegerekend) eens op 17.000.000 zetten.
Stel je het volgende voor eens voor:
De persoon die deze hoofdprijs wint, zou iedere inwoner van Nederland 1 euro kunnen geven en dan in totaal 4 miljoen voor zichzelf overhouden.
4 miljoen euro.
Vier miljoen euro.
Dat is toch ook een geweldige prijs?

Vandaag bleef dit gebeuren een beetje door mijn hoofd spoken en ik begrijp er echt niks van. Al die geldproblemen in Nederland, de regering, subsidies die stopgezet worden, individuele mensen die niet uitkomen met hun geld.
Hoezo is er niet genoeg geld in Nederland.
De Staatsloterij heeft schijnbaar genoeg voor ons allemaal.



Where everybody knows your name..

Met vrienden keuvelend, gezeten aan de bar van het oudste café van de stad, moest ik ineens aan de serie “Cheers” denken.
Ik kom wel vaker in dat café, soms met anderen, maar vaker met dit groepje vrienden. Het is er knus klein, fijne sfeer, voor ons bekende barmensen.
En zo zat ik er deze avond weer en terwijl de gesprekken om me heen doorgingen, keek ik even rustig om me heen. Deze avond waren er voornamelijk mensen die er vaker komen, iedereen heeft wel een of andere band met elkaar. Broer en zus, ex-en van jezelf en van vrienden, bekende gezichten, een meisje waar ik op een of ander feest lang mee hebt gekletst en de jongen waarmee ze daar was kende ik weer van allerlei andere gelegenheden.
Het leek echt op “Cheers”: dezelfde setting met steeds dezelfde figuranten die er in voor kwamen. Soms een grote rol. Dan weer een kleine. Maar allen belangrijk voor de sfeer.
Nadat ik dat hardop had gezegd tegen mijn vrienden en we daarna even de begintune van de serie hadden gezongen, kwam er een welgemeende glimlach op mijn gezicht.
Soms valt het ineens op dat het leven gewoon best mooi is.


Typisch trouwens dat later die avond bleek dat ook de tweede van de twee Frank Boeijen’s die deze stad rijk is, in hetzelfde café is geweest.



Ze vallen weer

In mijn straat staat een bladafvalbak.
Dat is een chique woord voor een rastering van een soort van ijzerdraad –toepasselijk groen- waar dus alleen bladafval in mag (sinds wanneer is dat afval trouwens?).
Het ding staat er al een paar dagen, maar er zit nog niks in.
Nu is het mij persoonlijk ook niet echt duidelijk wat de bedoeling is.
Dat mensen de bladeren uit hun tuin bij elkaar harken en die dan in die bak doen (zodat hun groenbak-kliko niet meteen vol zit)?
Of dat we allemaal een stukje gaan harken/bezemen in de straat, zodat deze bladvrij wordt?
Of net zo lang wachten tot de bladeren er vanzelf in waaien?
Wel heb ik gespot dat er een telefoonnummer op staat, zodat de DAR gebeld kan worden als de bak vol is. Dan zullen ze ‘m wel legen, zodat er verder verzameld kan worden.
Als mens zonder tuin, eigen stoepje, hark of bezem wil ik die taak wel op me nemen dan.
Dus buurtbewoners: schraap, bezem en hark die bak vol, zodat ik het heuglijke telefoontje kan gaan plegen!



Vrij rennen

Het is al laat, de volgende dag is net officieel begonnen, en je lichaam en geest geven aan dat ze graag naar bed gaan. Voor de vorm zap je nog even langs alle tv-kanalen. En dan blijf je hangen bij beelden van 3 jongens die over gebouwen heenrennen. Je hebt geen idee waar je naar kijkt, maar je aandacht is getrokken. Ze gebruiken de stad als een grote gymzaal. Springen van dak tot dak, klauteren over een enorm schip heen, doen een handstand op de rand van een gebouw van 20 meter. Het lijkt wel turnen. Skateboarden maar dan zonder skateboard. Met de snelheid van een computerspelletje. Na een half uur gefascineerd te hebben gekeken, blijkt het een ware opkomende sport te zijn.
De wereld zou veel leuker zijn als iedereen zich zo door de stad zou bewegen.



Zondag



De dag na zaterdag. Die heel veel dagen leek te duren, omdat er allerlei kleine en grote belevenissen waren.
Zoals uitslapen.
Minder lang dan ik hoopte, omdat de buurvrouw mij uit mijn droom haalde door het te hard draaien van ‘If you like Pina Colada’, niet echt een nuchtere manier om je dag te beginnen overigens.
Door de stad banjeren.
Soms hangt er echt zo’n het-is-weekend-alles-is-mogelijk-bui in de lucht en deze zaterdag was dat het geval. Ik bleef daardoor maar glimlachen om de wereld. De bekende die ik tegenkwam en een poging deed om een m&m in mijn mond te gooien, verhoogde het vrolijke gevoel zeker.
Een vriendin uit Groningen van de trein gehaald.
Mijn huisje kijken, thee drinken en langzaamaan en enigszins onverwachts kwam het ultieme pubergevoel naar boven drijven, zodat we heuse voorpret kregen voor de avond die komen zou.
Met nog een vriend erbij gingen we eten in het plaatselijke kraakeetcafé. Lekker, veel, goedkoop, gezond en gezellig.
Daarna gingen we wat drinken in het oudste café van de stad.
Alwaar we de namen van de beschikbare likeurtjes hebben besproken, het stiftenassortiment hebben getest, diverse liedjes in ons hoofd probeerden te krijgen en het ’10 voor 5’-moment uitvoerig hebben doorgenomen.
De vriend ging naar huis, vriendin en ik gingen door de regen op weg naar ons onderkomen voor de rest van de avond.
En wat een mooie afsluiting van een leuke dag! Want: muziek, mensen, sfeer: allen meer dan leuk! Kletsen, dansen, kijken, dorst lessen, glimlachen, dansen, kletsen, kijken, lachen. Het ’10 voor 5’-moment ging, zoals verwacht, zonder noemenswaardige interactie voorbij. Maar daarentegen bleek het LTF (Lange Termijn Flirten) het onderliggende subthema van de avond.
Een avond waarvan je een beetje gaat zweven.

En nu zondag.
Het regent. De maatschappij maakt zich klaar voor de maandag en de verplichtingen die daar voor velen bij horen. En in een mail lees ik dat een oma van een vriendin is overleden.
Beide voeten op de grond weer.

Een weekend zoals het leven: vol mooie en slechte momenten.



Speelt u mee?

Er is een nieuw spel bij mij in de buurt.
Het heet: “Wegwerkzaamheden: een spel vol hindernissen voor de echte doorzetter in 30 dagen”.

Het doel: vanaf uw huis (A) naar een ander punt (B t/m K) zien te geraken. De hindernissen zijn o.a.: dat sommige weghelften zijn opengebroken, andere zijn van richting veranderd, her en der zijn extra verkeerslichten geplaatst en net als u denkt een andere handige route te hebben gevonden, zijn daar ook extra obstakels geplaatst.

U kunt zelf uw moeilijkheidsgraad bepalen, te weten:
Voetganger
Fietser
Automobilist

U wordt van harte uitgenodigd om dit spel eens zelf uit te komen proberen om te zien hoe u het er vanaf brengt (wellicht onnodig te vermelden dat over de stoep rijden, schelden en toeteren minpunten geeft).


Zelf heb ik vandaag de variant ‘Fietser’ geprobeerd en dat was een spannende onderneming. Route A naar D ging vrij moeizaam. De terugweg (route I naar A) ging daarentegen redelijk voorspoedig.
Daar moet bij vermeld worden dat de variant ‘Fietser’ in mijn geval een extra handicap had, aangezien mijn fiets een versneld verouderingsproces in schijnt te zijn gegaan en qua te halen snelheid steeds meer op een hometrainer gaat lijken.



Overal woorden

Deze avond was er een poëziefestival in de stad om naartoe te gaan.
Heel veel dichters en ook veel plekken om ze te beluisteren, dus dat was keuzes maken. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat we er veel niet van naam kenden, dus we gingen een beetje met de wind mee en waren klaar om ons te laten verrassen.

Het werd een avond vol verwondering.
Voor alle woorden, die tot ons kwamen in de vorm van grappige woordspelingen, mooie sfeerbeschrijvingen, bizarre gedachtewerelden en mooie rijmpjes.
De stilte die vanavond hing in de normaal rumoerige cafés en andere bijzondere plekken.
Gegrepen was ik, door de passie en lef waarmee de poëten hun schrijfsels ten gehore brachten.

Een enkeling leek zich niet echt op zijn plek te voelen, met al die geconcentreerde aandacht voor hem alleen, en hij ging er snel en mompelend door praten, wat zijn toch al ietwat lugubere gedichten nog een tikje enger maakte.

De avond eindigde op een heuse afterparty, met een leuke band en verdere vrolijke muziek.
Na wat gepraat te hebben met een van de dichters waarvan ik het meest onder de indruk was en met een vriend van mij over allemaal leuke en creatieve plannen, was mijn hoofd zo vol met woorden dat ik er moe van werd.
Tijd om naar huis te gaan en mezelf onder te dompelen in slaap.
Maar geheel in de sfeer van de avond eerst zelf een poging ondernemen om wat poëtisch te schrijven.



Rood lampje

Zoals vaker was ik weer eens in de bieb, met alle tijd voor me om lekker in een tijdschrift te duiken. Nadat ik een nog niet door mij gelezen exemplaar had uitgezocht en met mijn ogen vast een rustig plekje aan de leesbalie had uitgezocht, ging ik drinken halen bij de warme-dranken-automaat.

Terwijl ik met mijn vingers door mijn schamele voorraad muntjes ging, viel mijn oog op het rode lampje dat aan was. Niet bij ‘geld inwerpen’, maar bij ‘gratis uitgifte’.
Een 100% brave burger zou nu meteen naar een medewerker zijn gegaan om dit foutje te laten herstellen, maar aangezien ik ook maar een mens ben, zag ik dit als een kleine meevaller: zomaar een gratis plastic kopje vol warme cacao!
Tevreden nestel ik mij met tijdschrift en drankje in het door mij uitgekozen hoekje.

Enkele pagina’s later hoor ik een herhalend gerinkel in mijn oren.
Een meneer is verwoede pogingen aan het ondernemen om geld in de warme-dranken-automaat te stoppen, echter komt het er steeds weer uit. Na een aantal vastberaden pogingen loopt hij weg om iets later met de biebsurveillant terug te komen.
Ook deze probeert een paar keer om er kleingeld in te krijgen: tevergeefs.

Ik heb wel een vermoeden waardoor het komt… Het staat op ‘gratis uitgifte’ en wilt van geen geld weten op het moment. Aangezien de meneer en de surveillant het blijven proberen en er steeds meer mensen bij komen om het raadsel te aanschouwen, besluit ik om even uit mijn hoekje weg te gaan en de surveillant mede te delen wat volgens mij het probleem is.

Deze hoort mij, kijkt naar het betreffende rode lampje, drukt snel op het juiste knopje zodat de meneer op –voor hem- miraculeuze wijze ineens wel zijn koffie krijgt en rent vervolgens weg van de automaat.

Een tweede meneer staat ondertussen klaar om ook een bekertje warme drank te halen, echter tot zijn verbazing gaat het kleingeld er weer uit.
Wat raar, hij deed het een keer en nu niet meer.

Gelukkig komt spoedig de surveillant er weer aan. Hij heeft een sleutel in zijn hand en draait deze ergens in de automaat rond. Even blijft hij kijken of het de tweede meneer lukt om er geld in te gooien en een drankje te bemachtigen, zodra dat het geval blijkt, keert de rust weer terug.

De surveillant naar zijn plek, de meneer en tweede meneer naar hun leeshoekje en ik weer terug in de wereld van het tijdschrift dat voor me ligt.



Andere kijk

Net wakker, oogjes nog een beetje dicht, Ik kruip achter mijn computer om te kijken of er nog mails zijn binnengekomen, iemand een berichtje heeft achtergelaten op deze site, hoe weinig geld ik nu alweer heb en wat het nieuws van de dag is.

Mijn neus is helemaal verstopt (er heerst een verkoudheidsgolf, hopelijk zijn niet alle papieren zakdoekjes uitverkocht, want de mijne zijn bijna op…), buiten ziet het er koud en herfstachtig uit. Vandaar ook dat allerlei kleine spinnetjes in mijn huisje een nieuw onderkomen aan het zoeken zijn.

Neem mezelf voor dat ik vandaag zoveel mogelijk binnen ga blijven en dan zie ik ineens een moeder en twee kinderen voorbijlopen. Kinderen allebei een kleine rugzak (voor hun gevoel waarschijnlijk groot) en de moeder een grote rugzak op haar rug en een iets kleinere op haar buik. Ik vind het een vreemd gezicht, er reis-achtig uitzien als het helemaal geen mooi weer is.
Maar dan bedenk ik me dat ik vorig jaar deze tijd zelf op reis was.

Een jaar geleden was ik nu sinds een paar dagen in China, een warmere verademing na wonderschoon, maar heel koud –want de winter was aan het beginnen- Mongolië.
Mijn gedachten gaan naar mezelf op die reis…
Met niet meer spullen bij me dan er in mijn grote rugzak passen en de grootste beslissingen die genomen worden in een wereld als dit heel klein lijken.
(In de categorie: “waar zullen we vanavond gaan eten?”, “zullen we nu of morgen de trein nemen?”, “Dit hostel nemen of toch die andere?”)

En zo valt nog voor mijn dag echt begonnen is, de druk die ik gisteren voelde ineens van me af.

Alles verandert als je het perspectief anders plaatst.



Zoekende

Je hebt van die mensen die precies weten wat ze willen. Die hebben een doel en gaan daar met gezwinde spoed en zonder omwegen op af. Weten precies wat ze ervoor moeten doen en wat ze ervoor moeten laten. Dat kan dagen, maanden of jaren duren (hangt van het doel af natuurlijk), maar dan zijn ze waar ze wezen willen: bij hun doel.

Ik ben niet zo’n mens.

Ik ben zo’n mens die snel wordt afgeleid, voor veel dingen enthousiast gemaakt kan worden en geen keuzes kan maken. Laat staan duidelijke doelen voor ogen kan stellen.

Daarbij heb ik vele interesses en absorbeer zo goed als alles om me heen wat ik hoor, lees en zie. Focussen wordt daardoor wat moeilijk. Prioriteiten leggen ook.

Alleen al voor deze dag zijn er verschillende dingen in mijn hoofd voorbijgekomen waar ik tijd aan zou kunnen besteden. Mijn huis grondig schoonmaken; mijn voorraadkastjes goed bekijken en daarna aanvullende boodschappen voor de hele week doen; mijn losse foto’s in mapjes doen; er even goed voor gaan zitten om een aantal sollicitatiebrieven te schrijven; een hoop mails beantwoorden; me verdiepen in de praktische kant van deze site.

Dat zijn de opties voor deze dag.

Daarnaast is er een groter plan (ook wel bekend als ‘het leven’) en ook daar zijn er keuzes genoeg. Sinds een tijdje komt er een vraag steeds terug: wat voor werk wil ik nou echt?
Werken met mensen, met bandjes, dingen organiseren, schrijven, iets met uitgaan/dansen, dingen uitzoeken voor anderen, columniste worden, mensen helpen? Of voorlopig toch een baantje zien te vinden waar ik misschien minder mijn ei in kwijt kan, maar waar daarnaast tijd en energie overhoud om me te blijven storten op het leuke vrijwilligerswerk wat ik doe?

Ik zou me zo graag vol energie op een ding op willen richten, maar welk ding dan...

Wat dat betreft voel ik me als een wandelaar op een kruispunt met 7 wegen waar ik uit kan kiezen.
Een bootje midden op de oceaan met alle vrijheid om te bepalen waar ik heen zal varen, en dus dobber ik maar een beetje door.

Maar ondertussen geniet ik eigenlijk zoveel mogelijk van alles wat er op mijn pad komt.
En ben ik tevreden met de gedachte dat ik later niet een van die mensen zal zijn die hun hele leven doen ‘wat hoort’ zonder er bij na te denken of dat hetgeen is wat ze willen of waar ze gelukkig van worden.



Mooi zo

En zo is de nacht al een tijdje bezig.
En gaan de vrienden waarmee je daar bent gekomen naar huis toe.
Maar jij nog niet.
Want er is net een dj begonnen die enorm coole tekno-riedeltjes draait waardoor je niet stil kan blijven staan. Als je opkijkt blijkt hij ook nog een van de mooiste jongens te zijn die je kent. En een andere hele mooie jongen staat naast je uit zijn dak te gaan. Er zijn ook nog wat bekenden. En dat alles op de bovenverdieping van een groot pand midden in net centrum van de stad.
Paar uur doordansen dus.
Met je gedachten ondertussen hier en daar.
En een grote glimlach op je lippen.



Mensen

Mensen.
Vreemde wezens.
Soms te missen als kiespijn, soms zou de wereld om me heen vergaan zonder ze.

Als ik de laatste mens op aarde zou zijn, zou het niet lang duren voordat ook ik zou verdwijnen. Zonder mensen om me heen zou ik niet kunnen leven.

Door mijn leven te leiden, ben ik erachter gekomen dat ik zeer regelmatig niemand om me heen nodig heb. Dat ik het even gehad heb met mensen. Dan ga ik even alleen mijn eigen dingen doen, zodat ik alleen gestoord zou kunnen worden door mijn eigen gedachten.

Maar zelfs op een dag als dat, heb ik wel menselijke interactie nodig. De aanwezigheid van mensen om me heen.
Een fietser die voorbij komt snellen, een kind dat de bal teruggooit naar een buurjongetje, een gesprek waar ik flarden van opvang als ik door de supermarkt drentel, een voetganger die op de stoep loopt terwijl ik naar buiten kijk.

Door mensen om me heen, wordt mijn eigen bestaan levendiger.
Werkelijker.
Tastbaarder.

En de oorsprong van deze gedachtespinsel is te vinden in een cafébezoekje met een vriendin van mij vanmiddag. Onverwachts hadden we uren eerder afgesproken en het café was zo ongeveer de afsluiter van een middagje dingen doen en regelen en bekijken in de stad. Geen haast, gewoon samen rondbanjeren. Zo’n gevoel dat je hebt als je je volkomen op je gemak voelt bij iemand.

De tegenstelling met de man en vrouw aan het tafeltje naast ons kon niet groter. Zij zaten doodstil tegenover elkaar, geen piepje werd er gegeven. De blik van de vrouw was een mengeling van angst, verdriet en grote leegte. De intense stilte tussen deze twee, die daar maar stil bleven zitten, was zo enorm groot en aanwezig dat het voelbaar was in alle hoeken van het café. Onbedoeld inbrekend in onze ruimte. En mijn aandacht was gevangen, want mijn niet aflatende nieuwsgierigheid bleef zich afvragen: “wat is er tussen die mensen gebeurd dat ze daar zo zitten?”

Zonder mensen om me heen zou ik me mijn bestaan niet voor kunnen stellen.
Ik ben daarbij wel blij dat ik de vrijheid heb om me terug te kunnen trekken in mijn eigen wereldje, als al die indrukken van de mensen om me heen mijn eigen ik in de weg zitten.



Sjonge jonge..

Over het algemeen beschouw ik mezelf als een positief ingesteld iemand. Maar ik heb zo van die dingen waar ik me gruwelijk aan kan ergeren.

Zoals…

Automobilisten die vergeten schijnen te zijn dat voetgangers voorrang hebben op een zebrapad.

Barpersoneel dat me over het hoofd ziet (en ondertussen wel op de mensen afgaan die het meeste kabaal maken).

De dj die alleen muziek draait die hij zelf wil, terwijl het verre van dansbaar is en dan ook nog durft te zeggen als iemand daar voorzichtig iets over zegt “dan moet je maar beter je best doen” (en dat terwijl er bijna niemand danst en iedereen maar staat te wachten op andere muziek).

Mensen die aan het bellen zijn met hun mobiele telefoon en daarbij vergeten dat het nogal onbeleefd is om de buschauffeur/kassamevrouw/degen die ze omlopen totaal te negeren.

Ellenlange gitaarsolo’s in liedjes.

Als er allemaal stilstaande mensen op de dansvloer staan, zodat ik geen plek heb om te dansen, terwijl er op het niet-dans-gedeelte ook genoeg plek is om stil te staan.

Alle liedjes, clips en foto’s van Mariah Carey en Celine Dion.

Diverse reclamespotjes op tv (op dit moment vooral die van de Postbank).

Een buurvrouw die op een maandagnacht om 24.00 uur heel hard haar muziek aan heeft staan (en nog de meeste irritante liedjes ook).

Mailtjes die naar vele mailadressen gestuurd worden en dat je dan ook al die mailadressen te zien krijgen (behalve irritant ook niet fijn, want meer kans op spam-mailtjes!).

Een liedje in je hoofd hebben en er maar niet achter komen van wie het is en hoe het heet.

Met een groep mensen ergens zijn en steeds moeten wachten op elkaar.

Mensen die onbeschaamd voordringen in de rij bij bv de kaas- of groenten- en fruitwinkel.

Dat je al in september Sinterklaas-snoep kan kopen (die beste man zelf komt echt pas in november hoor).

Mensen die alleen maar zeuren en verder niks ondernemen ;)



Nu is nu.

Gisteren was weer eens zo’n avond die totaal ander loopt dan ik daarvoor had kunnen bedenken.

Zo was ik ineens verantwoordelijk voor de merchandise van de band die deze avond optrad in het poppodium waar ik eigenlijk ingewerkt zou worden voor nog een werkgroep. Een andere ronddwalende vrijwilligster erbij gehaald, samen was het erg leuk om te doen. Het inpakken van de overige spullen en het daarbij kletsen over muziek en vreemde gewoontes in andere landen met de manager (uit Londen) en de geluidsjongen (uit Detroit) was een onverwacht leuk staartje.

De avond voelde nog niet afgelopen, dus met een vriend nog naar de wekelijkse dinsdagavondjamsessie gegaan. Voor de verandering strakke muziek. En zoals vaker leuke bekenden. Ik raakte aan de praat met een jongen die met zijn Franse vrouw en kind in Mauritanië woont (mijn topografiekennis is weer bijgespijkerd) en nu weer even in Nederland was. Hij was op stap met zijn broer en een vriend van hen. Die ik allebei van gezicht bleek te kennen (in de categorie ‘hebben we ooit gesproken of heb je gewoon zo’n bekend gezicht omdat we allebei al lang in dezelfde stad wonen?’. Met 1 van de 2 was ik er aan het eind van de avond nog niet echt over uit.).
De tijd vloog zo kabbelend voorbij en nadat ik bijna naar buiten geveegd werd, ben ik met een grote glimlach op mijn gezicht naar huis gefietst. Gelukkig over mijn leven en de vele onverwachte en leuke dingen die er steeds in gebeuren.

Vanavond was ik op bezoek bij een vriendin, haar vriend was er ook. Ze waren helemaal hyper en enthousiast omdat ze samen woonruimte hadden gevonden en dus gingen samenwonen binnenkort. Het was een gezellig bezoekje, gepraat over The Sound of Music, het donkere weer, pogingen tot werk zoeken, snelle glijbanen, verjaardagen en de inrichting van hun nieuwe onderkomen.

En terwijl ze ideeën aan het uitwisselen waren over hun huisje bedacht ik me ineens dat ik dit stukje helemaal niet heb in mijn leven. Het samen bezig zijn en nadenken over iets. Het niet perse de deur uit hoeven om mensen te zien, want die ene speciale persoon zit naast je.
Het leek me ineens zo rustig om dat zelf ook te hebben. En op dat moment miste ik dat gevoel in mijn eigen leven. Het gevoel dat jij die ene speciale persoon voor iemand bent en vice versa.

Weer naar huis fietsend vervloog dat gevoel langzaam weer. Natuurlijk heeft het iets moois en knus en warms om een vriendje te hebben. Maar zo is het momenteel gewoon niet.
En als ik er zo over nadenk, ben ik heel gelukkig met het leven wat ik nu om me heen opgebouwd heb, de mensen die in mijn leven zijn en de dingen die ik onderneem. Mijn eigen vrijheid.

Hoe suf het ook klinkt en hoe zeer ik de eerste ben om dat fel tegen te spreken, zo’n avond als gisteravond komt waarschijnlijk minder snel voor als ik een vriendje zou hebben.

Dus tot die ene echte speciale jongen op mijn (overigens enorm kronkelige) pad komt blijf ik lekker genieten van mijn vrijheid en mijn leven vol onverwachte, mooie en speciale momenten.



Oefening baart kunst.

Al sinds ik in het bezit ben van tanden, ga ik naar dezelfde tandarts.
En die bezoekjes vond ik verschrikkelijk.
Zo moest ik huilen toen ik voor de eerste keer een fluorgebitje in moest doen (dat is toen maar uitgesteld naar de controlebeurt een half jaar later). En aangezien ik als kind mijn energie liever besteedde aan manieren om te lijken alsof ik mijn tanden had gepoetst in plaats van ze daadwerkelijk te poetsen, heb ik vele gaatjes gehad die uiteraard gevuld moesten worden.

Ik was dus bang voor de tandarts. En het bekijken van plaatjes van enge tandziektes die in zijn kamer hingen terwijl mijn zus in de stoel zat, maakte het er niet minder op..

Eenmaal zelf in die stoel, riep ik bij ieder nieuw attribuut dat hij in mijn mond wilde stoppen: “heb ik een gaatje?” Of het nou een spiegeltje, haakje, afzuigslangetje of boor was. In de loop der jaren is het mede daarom zo gegroeid dat ik er op kon rekenen dat hij me vertelde wanneer hij een gaatje ging vullen in plaats van er ineens aan te beginnen.

Mijn angst voor de tandarts is echt pas weg gegaan toen ik jaren geleden in Zweden in een sauna was geweest en daarna een koude douche nam. Mijn lichaam vond dat maar niks, al mijn bloed steeg de verkeerde kant op met als gevolg dat ik ben flauwgevallen. Pats, plat voorover op de stenen tegelvloer… De schade viel mee, een dode tand en een lichte hersenschudding.
Die dode tand ging snel verkleuren en toen ben ik in een periode van een paar weken tijd heel vaak bij de tandarts geweest voor een van de minst leuke activiteiten die je daar kan ondergaan: een wortelkanaalbehandeling. Gelukkig was mijn tand dood (lees: gevoelloos), dus eindelijk kon mijn tandarts naar hartelust zijn werk uitvoeren zonder dat ik een kik gaf!

Vandaag was het weer eens tijd voor de jaarlijkse controle van mijn gebit. Tot mijn verbazing werd ik niet geholpen door mijn vertrouwde tandarts, maar door een jonge vrouw! Mijn tandarts bleek sinds kort minder te werken.

Deze andere tandarts deed het heel anders dan ik gewend was. Ze pulkte wat her en der en tijdens het aanbrengen van wit spul (weet niet precies wat het is en wat het doet, maar gebeurt me bij iedere controle), kwam er ook wat op mijn lip terecht. En in plaats van het afzuigslangetje gewoon gebogen in mijn mondhoek te hangen, hield ze het met een hand vast en deed het soms in mijn mond. Alles bij elkaar voelde het wat klungelig, het leek wel alsof ze mijn tanden niet aan durfde te raken.

Oefening baart kunst zeggen ze, dus als ik de volgende keer weer op controle ga, heeft ze ondertussen op vele mensen kunnen oefenen..

Nooit verwacht dat ik mijn oude, vertrouwde, stugge tandarts ooit zou kunnen missen!



Monday monday

Zoveel indrukken deze maandag, dat ik me niet op 1 onderwerp kan focussen.

Oud papier-dag in mijn buurt. Een wandeling door mijn straat liet me zien dat er iemand een zonnebank en een luchtreiniger heeft aangeschaft, een van mijn buren blijkt de Franse krant Le Figaro te lezen, andere straatgenoten hebben nieuwe lamellen gekocht en diverse mensen hebben een gevulde verrassings- boodschappendoos bij de supermarkt gekocht.
Informatie voor het oprapen dus.


Wachtend op een vriendin, zat ik op een bankje in de stad. Ik was er ruim op tijd en zo om me heen kijkende, viel het me op dat iedereen op dat bankje aan het wachten was op iemand. Om de beurt werden we opgehaald door degene waar we op aan het wachten waren.
De meeste mensen keken ietwat fronsend terwijl ze aan het wachten zijn. Op het moment dat een ophaler in zicht kwam, klaarde er een gezicht op.
Stiekem leek iedereen toch een beetje bang dat er niemand zou komen en ze daar dan ineens voor niks zouden zitten.


In mijn oren kwam het geluid binnen van een enorm luid zoemende bij en ik ging daar op af, om te kijken of ik ‘m misschien kon redden ofzo (geheel in de sfeer van dierendag). Tot mijn verbazing zag ik twee bijen die aan elkaar zaten. Eerst dacht ik dat ze aan het vechten waren. Daarna bedacht ik me dat ze misschien wel sex hadden.
Welke het ook zou zijn, mij zouden ze er vast niet bij nodig hebben, dus ik heb mezelf maar van het tafereel verwijderd.


Zo verwijder ik me nu ook van dit staccato stukje vol losse indrukken, een greep uit mijn immer doordraaiende gedachtewereld.



Ook Hier?

Zijn mensen bang voor elkaar?
Zijn wij bang voor elkaar?

Die impressie krijg ik namelijk de laatste tijd, als ik op een voorzichtige manier probeer om menselijk contact te maken met toevallige voorbijgangers.
Op een hele bescheiden manier. Menselijk, zou ik zeggen.
Je kent het wel: op een nauw stukje straat kan je er niet met 2 mensen tegelijk lopen, dus gaat er eentje eerst. Met 2 mensen tegelijk kom je bij de rij van de supermarkt aan en eentje kan er maar de eerste zijn.

Verwacht ik dan zoveel van de wereld als ik het vreemd vind als je op zo’n moment niet even oogcontact maakt? Een kleine verschuiving van de wenkbrauw, een voorzichtige glimlach om je lippen. Een teken dat je de ander gezien hebt, dat je het waardeert dat je eerst bent gegaan, dat je de ander voor hebt laten gaan, dat je snel voor bent gegaan, maar niet negeert dat die ander er ook is.

Noem me een idealist, maar niemand wordt er slechter van als we de mensen om ons heen weer eens zien en erkennen dat ze bestaan.

Het mooie is: het kost je bijna geen moeite. Je hoeft niet ineens iedereens verjaardag te onthouden, of moeizame briefwisselingen in stand te houden met anderen, iedere dag 30 mensen voor het eten uit te nodigen en je keuken tot een ravage om te toveren.
Het enige dat je er voor hoeft te doen is een knikje, een glimlach of een wenkbrauw die beweegt. Of een combinatie van dat alles, daar kan iedereen uiteraard zijn of haar persoonlijke tint aan geven.

Fijn als de mensen dit weer gaan doen, mijn wereld wordt er in ieder geval weer leefbaarder door.

Dan voel ik me namelijk niet zo’n omvergelopen aardig iemand die gebruikt wordt door mensen die graag altijd als eerste gaan.
Door mensen die niet eens doorhebben dat er ook anderen op dezelfde stoep lopen.




In Memorian

Vandaag werd ik wakker en meteen geconfronteerd met de dood.
Via mijn wekkerradio waren de eerste geluiden die ik vanochtend hoorde woorden over een doodgeschoten politieagent.
Daar word je echt meteen klaarwakker van. Huppakee, weg uit slaapland, welkom in de werkelijke wereld.

Vandaag precies twee jaar geleden werd ik naar mijn mening veel te vroeg wakker. Door het overgaan van mijn telefoon. Het was ongeveer 9 uur in de ochtend en ik voelde me niet geroepen om op te nemen. Bij de tweede keer overgaan, was ik toch wel wakker en nieuwsgierig. Ietwat geïrriteerd sprong ik mijn bed uit en nam op.
En toen werd ik ook geconfronteerd met de dood.
Ik had een vriendin aan de lijn en zij vertelde me dat een goede vriend van ons die nacht was overleden.
Plotseling.
Zomaar.
Uit het niks.
Daar werd ik niet klaarwakker van. Ik belande in een soort van roes waar ik dagenlang in heb verkeerd.
Zoveel emoties.
Die week hadden we intensief contact met zijn ouders en de grote vriendenkring om hem heen. Huilen. Lachen. Verbijsterd zijn. Herinneringen ophalen.

Tot op de dag van vandaag is dat het meest onwerkelijke wat ik heb meegemaakt.
En dat is het nog steeds nu ik er zo over nadenk.
Stefan, ik zal je nooit vergeten.