02 03 10 - 21:09
Gepost door: Katja
De Gulden Regel
Er stond iemand in de hal. Een vaag bekend gezicht. Het bleek de benedenbuurman. We stelden ons aan elkaar voor. Hij woonde er nog niet zo lang. Hij had zichzelf buitengesloten en hij keek er een beetje radeloos bij. Ik nodigde hem bij mij binnen uit, zodat hij kon bellen met de woningstichting. Zijn eigen mobiel lag binnen. Achter die deur waar hij niet in kon. Terwijl hij contact had en werd doorverwezen naar een slotenmaker, deed ik mijn boodschappen in de koelkast en rommelde wat. Hij leek het allemaal al lastig genoeg te vinden en het leek me niet bevordelijk voor wie dan ook als ik hem steeds nieuwsgierig aan zou staren.
De slotenmakers waren met lunchpauze, hij kon over een halfuur terugbellen. Hij keek me vragend aan en vroeg toen hardop of hij dan weer met mijn telefoon zou mogen bellen? Natuurlijk.
Na het gesprek bedankt hij me hartelijk en besloot om even een rondje buiten te lopen, tot het half uur voorbij zou zijn. Stiekem was ik daar wel blij mee. Ik wilde hem niet naar buiten sturen -want waar kon hij naartoe?- maar had ook nog van alles te doen.
Een half uur later ging mijn bel. De benedenbuurman. Hij belde weer met de slotenmaker en deze vertelden dat ze er pas over een paar uur konden zijn. Ik voelde de moed in zijn schoenen zinken. Gelukkig gaven ze hem een nummer van een andere slotenmaker. Er werd gevraagd of hij nog eens mocht bellen? Natuurlijk.
De tweede slotenmaker bleek een betere keus, deze zou er binnen drie kwartier zijn.
De benedenbuurman en ik raakten wat aan de praat. Over buren. Geluid. Zelf groente verbouwen. Wonen.
Na een half uur ging hij in zijn voortuin werken en daar op de slotenmaker wachten.
Even later hoorde ik buiten wat stemmen. Zo te horen kwam het allemaal goed. Gelukkig. Zo vervelend om op je slippers zonder sleutels buiten te moeten staan en niet te weten wanneer je weer je huis binnen kan.
Even later ging mijn telefoon. Het nummer van de slotenmaker. Ik nam op. Het bleek een van mijn ooms, die slotenmaker is. Hij was beneden bij mijn buurman geweest om de deur open te maken en het flatgebouw kwam hem bekend voor. De benedenbuurman had het erover dat een buurvrouw zo vriendelijk was geweest om hem te helpen, hem binnen te laten, de telefoon te laten gebruiken en zich over hem te ontfermen. Mijn oom vroeg of het een niet al te groot iemand met een bril was geweest? Ja dus.
Mijn buurman had het erg bijzonder gevonden. Want we kenden elkaar helemaal niet.
Ik wuifde het wat weg naar mijn oom. Zei dat het toch heel gewoon was om dit soort dingen te doen, op dat soort momenten help je elkaar. Had het niet anders kunnen doen.
Mijn oom zei dat het helemaal niet zo gewoon was. Hij kwam door zijn werk bij mensen die zichzelf hadden buitengesloten en het bleek helemaal niet normaal als buren om de ander te helpen.
Ik vond dat raar. Vind dat nog steeds raar.
Ik ben niet gelovig, maar geloof wel heilig in de Gulden Regel 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet'
drie reacties
Judith - 03-03-’10 20:02
@ Judith: moest ook aan dat verhaal denken en wilde het er nog in verwerken, maar dan zou het wel een heel lang verhaal worden.. Wel typisch he.
Katyo (E-mail) - 03-03-’10 20:18

Eigenlijk zou het toch omgekeerd moeten zijn he, dat het pas vreemd zou zijn als je, je buurman niet binnen zou laten in zo'n situatie.
lein (URL) - 03-03-’10 12:21