21 05 09 - 17:38
Gepost door: admin
Het begin
Op de dag dat ik als student ging verhuizen naar mijn 5e studentenhuis in ruim vier jaar tijd, kwam ik op het ount aan dat mijn grote inbouwkast leeggehaald moest worden. Ik ging erin staan en pakte alle spullen er een voor een uit, om ze in mijn steeds vollere kamer te zetten. Mijn neus ging kriebelen. Ik ging niezen. En bleef niezen. Ik voelde me niet zo best.
Een paar uur later was de verhuizing een feit en al mijn spullen stonden kris kras door mijn nieuwe kamer verspreid. Mijn helpers hielpen me met het gereed maken van mijn bed em gingen weg. Ik voelde me beroerd, moest steeds niezen en had ergens tijdens de dag ineens ook koorts gekregen. De eerste avond in mijn nieuwe kamer ging ik dan ook vroeg naar bed toe.
Een paar dagen later ging ik naar de huisarts. Een inval-huisarts. Ik vertelde mijn verhaal en het antwoord was dat ik wellicht allergisch was voor huisstofmijt. Ik wilde dat graag laten onderzoeken, maar de huisarts vond dat niet nodig. "Er zijn zoveel mensen allergisch voor dingen, dat kunnen we moeilijk allemaal gaan testen". Dat vond ik raar en ik wilde ook graag dat mijn genies een naam zou hebben. Uiteindelijk schreef ze me allergietabletten voor. Deze moest ik twee weken innemen en als mijn nieuwe klachten tijdens deze periode niet van zich zouden laten horen, dan was ik dus allergisch voor iets. En dan? Dan was dat jammer voor me, er viel verder weinig aan te doen.
De twee weken was ik zonder klachten. Daarna kwamen ze terug. Allergisch dus. Voor iets. Mijn eigen huisarts was weer terug van vakantie en ik werd doorverwezen naar een plek waar ze allergietesten deden. Het bleek dat ik allergisch was voor huisstofmijt. In lichte mate voor huisdierharen. Ik kreeg allemaal tips om de huisstofmijt geen kans te geven. Een goed gestofzuigd huis (alleen moest ik niezen van het stofzuigen, dus daarvoor moest ik mijn huisgenoten inschakelen). Een huis met weinig stofverzamelplekken (mijn gezellige oude, stoffge studentenhuis met overal vloerbedekking bleek de minst ideale plek om te wonen). Mijn leefomgeving moest zo schoon mogelijk zijn (vrij lastig voor iemand die poetsen echt op de allerlaatste plek op de to do-list zet). Een hypo-allergene hoes om mijn matras, dekbed en kussens, zodat de mijten een soort van gevangen werden (na twee nachten proberen, besloot ik om de speciale dekbedhoes niet meer te gebruiken. Hypo-allergeen spul is namelijk echt heel erg warm!). En bij tijd en wijle kon ik allergietabletten slikken.
Ondertussen ben ik er aan gewend. Min of meer dan.
Mijn huisje bevat overal zeil in plaats van vloerbedekking (dat bleek veel huiselijker dan ik had verwacht). Zo ongeveer een keer per jaar moet er even vanalles uit en ben ik een dag koortstig en moet ik heel veel niezen. Die dag kan ik verder eigenlijk niet veel. Mijn gevoelige neus begint de pollen steeds minder fijn te vinden. Ook nog hooikoorts dus. Op dagen dat ik mijn huisje ga schoonmaken of als ik ga logeren bij mensen die huisdieren hebben of bij mensen waar het stoffig is of waar ik onder een kriebelige deken kom te logeren, moet ik niet vergeten om een allergiepil in te nemen. Anders komen de kriebels vanzelf in keel, neus en ogen. Dat klinkt gezellig, kriebels. Dat is het echter niet. Het begint te jeuken en tranen in mijn ogen. Mijn keel gaat steeds dichter zitten. Ik heb de ene niessalvo na de andere, het lijkt wel alsof er tientallen zevenklappers achter elkaar afgaan.
Het is ooit begonnen. In een kast. En ik denk niet dat het ooit eindigt.
Er zijn zoveel ergere dingen die een mensenlichaam kan overkomen. Daar ben ik me van bewust.
Maar toch.
Is het gewoon wel irritant om hier last van te hebben.
drie reacties
Kaat (URL) - 24-05-’09 22:23

She (URL) - 23-05-’09 19:07